TilburgsAntonius1856 TilborghsJohannes1882 TilburgsBertha1878 TilburgsFranciscusCornelis1866 TilburgsMaria1880 TilburgsPetrus1885 TilburgsCornelis1917 BakkerGerarda1892

Genealogie Tilburgs/Tilborghs

Kroniek

Geactualiseerd op 26 juli 2023. Zie einde pagina.

Klik op het jaartal.


1715    Frans Marcelis Tilborgs (±1660-1728) leent duizend carolusguldens aan de gemeente Bergeijk.
1722    Willem Hermans wijst kinderen van Frans Marcelis Tilborghs (±1660-1728) als erfgenamen aan.
1733    Huwelijkse voorwaarden Anthonet Tilborgs (1699-1735) en Peter Peters.
1734    Nalatenschap van Francis Tilborgs (±1660-1728) en Alegonda Hermans.
1736    Marcelis Tilborgs (1706) betrokken bij steekpartij in herberg.
1754    Anna Maria Tilborgs (1714) betaalt doktersrekening met verhuur percelen grond.
1756    Jan Tilborghs (1700-1782) koopt erfenis af voor duizend gulden.
1759    Willem Herman Tilborgs (1733-1792) aangesteld als collecteur van de koningsbede.
1771    Johanna Tilburgs (1729-1775) en haar vernielzuchtige echtgenoot.
1780    Schoon eyke pootsel te koop bij Marcellus Tilburgs (1706).
1780    Francis Herman Tilborghs (1731-1786) maakt zijn inventaris op.
1808    Peter Tilborgs (1778-1854) aangesteld als armmeester van Bergeijk
1824    Cornelis Tilburgs (1805-1879) betaalt ƒ 300,- aan remplaçant.
1830    Cornelis Tilburgs (1805-1879) beboet voor het toebrengen van lichamelijk letsel.
1831    Het kasboek van Cornelis (1805-1879) en Francis Tilburgs (1809-1882).
1835    Francis Tilburgs (1809-1882) met sabel verwond.
1841    Familie Tilburgs betrokken bij Bergeijks volksgericht.
1853    Het 50-jarig huwelijksfeest van Peter Tilburgs (1778-1854) en Maria Anna van de Vorst (1777-1854).
1857    Johannes Antonius Tilburgs (1816) emigreert naar Amerika.
1870    Burgemeester ondersteunt gratieverzoek Peter Johannes Tilburgs (1840-1919).
1872    Arnoldus Tilburgs (1844-1898) acht dagen in hechtenis wegens zoutsmokkel.
1879    Petrus Bernardus Tilburgs (1849-1900) in Alkmaar bestolen.
1879    Cornelis Tilburgs (1805-1879) verdronken.
1880    Van Bergeijk naar Amsterdam en Hilversum.
1884    Cornelis Tilburgs (1860-1909), Frater Sylvester, kwartiermaker van het nieuwe internaat in Reusel.
1884    Acht jaar tuchthuis voor Hendrikus Tilburgs (1859-1934).
1884    Antonetta Tilburgs (1847-1920), Pierre Cuypers en Vincent van Gogh.
1892    Anton Tilburgs (1856-1944) ontsnapt aan de dood.
1898    De verdrinking van Arnoldus Tilburgs (1844-1898).
1900    Petrus Bernardus Tilburgs (1849-1900) verongelukt.
1905    In dienst ven het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger.
1908    Wilhelmina Tilburgs (1888-1987) met lauweren bekroond.
1909    Het huwelijk van Hein Tilborghs (1882-1961) en Lies Larmit (1882-1949).
1913    Hein Tilborghs (1882-1961) begint sigarenfabriek.
1914    Bedrijfsongeval van Franciscus Tilburgs (1866-1951).
1914    Cornelis Tilburgs (1890-1977) gemobiliseerd op Fort Pampus.
1914    Soldaten vieren Kerstfeest bij Hein Tilborghs (1882-1961).
1916    Frans Tilburgs (1882-1956) verontwaardigd over een artikel in zijn vakblad.
1926    Brand in het muziekmagazijn van Frans Kuijpers (1896-1966) en Clara Tilburgs (1896-1957).
1927    Boerderij van P. Tilburgs door brand verwoest.
1928    Frans Tilborghs (1880-1947) komt in aanvaring met de pastoor van Bergeijk ’t Hof.
1939    Rinus Tilburgs (1919-1998) schiet verkenningsvliegtuig uit de lucht.
1940    Rapporten van de Amsterdamse politie.
1940    Peer Tilburgs (1915-2002) over de bezetting en de bevrijding van Bergeijk.
1941    Ernstige gasontploffing bij het gezin Tilburgs-Bakker aan de Lorentzweg in Hilversum.
1942    Petrus Bernardus Tilburgs (1919): dwangarbeider in Junkers vliegtuigmotorenfabriek in Köthen.
1943    Peer Tilburgs (1915-2002) als gevangene naar concentratiekamp Vught.
1943    Peer Tilburgs (1915-2002) met zijn zwager Harrie van Oirschot in het verzet.
1943    Henricus F.J. Tilburgs (1913-1973) veroordeeld voor omvangrijke zwarte handel in textiel.
1944    Oma Coba Tilborghs-van Lieshout haalt haar fietsen terug bij de Duitse bezetters.
1944    Bergeijk bevrijd: Wim Smits en Harrie Tilborghs lid van Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten.
1949    Gerard Tilburgs (1928-2020): met De Zuiderkruis naar Nederlands Indië.
1951    Brandstichting op het schip waarmee Ton Tilburgs (1921-2015) naar Australië emigreert.
1951    Pastoor Joseph Tilburghs (1870-1953) beschreef de geschiedenis van de Venbergse watermolen.
1952    Frans Tilborghs (1933-2002): Naar de diepte der aarde.
1956    Marinus Tilborghs (1923-1983) verkoopt jarenlang Ploegstoffen op ‘t Zoldertje.
1957    Café “De Postduif” van Marinus Tilborghs (1923-1983) afgebrand.
1957    Willemijntje Tilburgs-de Vries (1916-1996) overleeft poging tot doodslag.
1961    Frans Tilborghs (1946-1961) verongelukt.
1974    Bertha Tilburgs (1878-1975): oudste breister van de Kempen.
1983    Mario Tilborghs (1960) succesvol op Vaticaans Songfestival.

1715    Frans Marcelis Tilborgs (±1660-1728) leent duizend carolusguldens aan de gemeente Bergeijk.


Nadat de Spaanse koning in 1700 kinderloos was overleden ontbrandde tussen de Europese mogendheden een strijd over zijn opvolging. Deze Spaanse Successieoorlog woedde van 1701 tot 1713 en teisterde met name het zuiden van de Republiek. Voor meer informatie: Wikipedia. Ook Bergeijk kreeg het zwaar te verduren. De regenten van Bergeijk verzochten de Raad van State bijna jaarlijks om kwijtschelding, vermindering of uitstel van belastingen. In één van die verzoeken schrijven zij dat in het dorp op 26 en 27 juni 1713 een regiment dragonders van de Prins van Württemberg was ingekwartierd, bestaande uit 2½ eskadrons van ongeveer 500 manschappen en paarden behalve de vrouwen en jongens, zonder dat ze hun verteringen en karrenvrachten ten bedrage van 300 gulden hebben willen voldoen. De totale oorlogschade werd voor Bergeijk geschat op 10.350,- gulden. Een zware last voor een dorp van amper 850 inwoners. Om deze financiële ramp te boven te komen moest het dorpsbestuur een beroep doen op zijn meer vermogende inwoners. Eén van hen was Frans Marcelis Tilborgs.

1715Op 22 februari 1715 komt in Bergeijk een gezelschap van achttien mannen bij elkaar, bestaande uit de president, scheepenen, borgemeesteren, reeckenmeesteren en bedesetters. Zij vertegenwoordigen het gemeentebestuur van Bergeijk en verklaren dat de gemeente duizend carolusguldens heeft ontvangen van Frans Marcelis Tilborgs en zijn huisvrouw Aleken Hermans. Hiervoor zal met terugwerkende kracht vanaf 11 november 1714 een rente van 3 ½ procent worden betaald aan Frans Marcelis Tilborgs en zijn vrouw. De eerste rentebetaling is op 11 november 1715. Voor het aflossen van de lening wordt een opzegtermijn van drie maanden afgesproken. Het dorpsbestuur van Bergeijk leent dit geld om een lening van 18 oktober 1651, die een hogere rente had, te kunnen aflossen. Klik op de foto voor een vergroting en zie de roodonderstreepte passages.
Terug naar boven

1722    Willem Hermans (1659) wijst kinderen van Frans Marcelis Tilborghs (±1660-1728) als erfgenamen aan.


Op 25 augustus 1722 verschijnt Willem Hermans voor notaris Adriaen Wachtelaers in Bergeijk. Hij is ongehuwd, gedoopt op 27 april 1659 en nu dus 63 jaar oud. Hij vindt het tijd om zijn testament op te maken. Omdat hij zelf geen kinderen heeft vermaakt hij zijn roerende, onroerende goederen, "haven ende schaere" aan de kinderen van zijn zus Allegonda Hermans en haar man Frans Marcelis Tilborgs. In het testament worden vijf kinderen genoemd: Elisabeth, Agneta, Herman, Marcelis en Bartelomeus. Waarschijnlijk zijn de andere drie kinderen, Petronella, Maria en Johannes, inmiddels overleden. Verder bepaalt Willem dat zijn zus Catlijn (Catharina) "sal hebben een pistolen oft 2 gulden 10 stuijvers". (Een pistool is hier geen vuurwapen, maar een buitenlandse gouden munt). Het blijkt dat Willem ook nog een halfbroer heeft, Hendrick Hermans (niet op onderstaande schema vermeld). De kinderen van deze Hendrick krijgen "eenen pattacon oft 2 gulden 10 stuijvers". Een pattacon is een zilveren munt die ook wel kruisdaalder, kruisrijksdaalder of rijksdaalder werd genoemd.1722figuur
Terug naar boven

1733    Huwelijkse voorwaarden Anthonet Tilborgs (1699-1735) en Peter Peters.


Anthonet Tilborgs, ook wel Agneta genoemd. is weduwe van Anthoni Bergmans, van wie zij twee kinderen heeft, Antoni (4) en Willemijn (7). Anthonet staat op het punt om te hertrouwen met Peter Peters, een weduwnaar met drie kinderen. Om toekomstige problemen tussen de kinderen uit de verschillende huwelijken te vermijden maken beide aanstaande echtelieden een inventaris van hun roerende goederen. Anthonet wordt bijgestaan door de twee voogden over haar beide kinderen, Hendrik Bergmans - waarschijnlijk haar zwager - en haar broer Herman. Anthonet Tilborgs bezit een os en 28 schapen, een stand, een kar, een ketel, een ton en een emmer, en bed met toebehoren, ongeveer acht vijmen rogge, tien vaten boekwijt en 2000 (..) hooi, 110 gulden en tien stuivers kapitaal in de vorm van obligaties ten laste van de gemeente Bergeijk, een schuur, enkele stukken akkerland, een dries en een beemd en de oogst, die op het veld staat. De schulden ten laste van de boedel bedragen ongeveer 71 gulden. Peter Peters is eigenaar van twee koeien en een varken, een ton, een koeketel, een handketel, een pot, een trog en een ijzeren ketel, een kist, een schop en een riek, een bed met toebehoren, ongeveer vier vijmen koren, tien vaten boekwijt en 2000 (..) hooi, de oogst, die op het veld staat, de grond rondom het huis (het huis zelf wordt niet vermeld), een beemd en enkele stukken akkerland. De schulden ten laste van de boedel bedragen ongeveer 32 gulden. Na het opmaken van deze inventarissen komen de aanstaande echtelieden het volgende overeen: Peter en Anthonet blijven samen in het volle bezit van de gebouwen, het vee, de werktuigen, de meubels, de oogst en de schulden, die hierop rusten. Voorwaarde is dat zij de kinderen naar behoren zullen voeden en kleden. Anthoni en Willemijn, de kinderen van Anthonet, houden het recht op de obligatie van honderd gulden, die eerder aan hun vader toebehoorde. De kinderen van Peter hebben, als zij volwassen worden of trouwen, recht op de erfgoederen van hun overleden moeder. Verder wordt afgesproken dat de kinderen van Anthonet en de kinderen, die zij en Peter nog eventueel samen krijgen, volledig gelijk zullen delen als Anthonet komt te overlijden. Peter krijgt in dat geval een kindsdeel. Echter, de bezittingen die Peter en Anthonet samen zullen verwerven, worden na hun dood gelijkelijk door alle kinderen verdeeld.
Terug naar boven

1734    De nalatenschap van Francis Tilborgs (±1660-1728) en Alegonda Hermans.


"Compareerden voor Heren Schepenen des Dorps van Bergeijk ondergenoemt Elisabeth Tilborgs geassisteert met Joseph Wijnants haren man, en momboir, Herman Tilborgs, Agneta Tilborgs geassisteert met Peter Peters haren man en momboir, en Bartel Tilborgs te samen kinderen ende erffgenamen van Francis Tilborgs en Alegonda Hermans dewelke verclaarden wel ende wettelijk te cederen, te transporteren, eeuwiglijk, ende erffelijk over te geven, gelijk sij doen mits desen, aen en ten behoeven van Sr. Wouter Braakhuijsen cum uxore coopman wonende to Bergeijk, eene somme van hondert gulden capitael, lopende tot lasten van het Corpus van Bergeijk, begrepen in een meerdere obligatie van duijsent gulden, volgens brieve daer van sijnde van dato den 22 februarij 1715 en ten Comptoire der beden geregistreert sub No. 32 waer toe nader wert gerefereert, staende ten intrest bij reductie ad drie per cento."
Terug naar boven

1736    Marcelis Tilborgs (1706) betrokken bij steekpartij in herberg.

door Ad Tilborghs.

Marcelis Tilborgs werd op 14 mei 1706 gedoopt als zoon van Francis Tilborgs en Aldegonda Hermans. Hij was in 1726 getuige bij de doop van Peter, zoon van zijn broer Hermanus Tilborgs gehuwd met Catharina Bergmans. In 1736 werd hij gehoord als getuige in een steekpartij. Hij was toen dus 29 jaar oud.

Jan Willem Daniel de JonghOp vrijdag 6 januari 1736 tegen middernacht was de herberg van Jan Genen, gelegen vlakbij de kerk op ’t Hof, het toneel van een aantal ruziënde Bergeijkenaren die helemaal uit de hand liep. Er werd met meubilair gesmeten, er werd met een stuk hout flink op los geslagen, en links en rechts zwaaiden messen, snijwonden tot gevolg hebbende. Dit weten we omdat deze gebeurtenis de stadhouder van Kempenland, Jan Willem Daniel de Jongh (illustratie), ter ore was gekomen en hij nader onderzoek gelastte. Om die reden verschenen een week later (13 januari 1736) voor de schepenen van Bergeijk negen inwoners van Bergeijk, om getuijgenisse des waerheijd te geven (…) ter instantie en requisitie van den heere stadthouder de jonge (…) sulx zij doen mits desen voor de opregte waerheijdt…

De verklaringen werden afgelegd door Marcelis Tilborgs, Jan Genen en Maria Genen, Jan Merkelbagh, Peter Ooms, Peter Houtappels, Hendrik Brouwers, Dirk Adriaan Nijssen en Francis Vissers.

Marcelis Tilborgs was die bewuste vrijdagavond tegen middernacht (savonds ruijm elff off twaalff uijre) met nog een meer volk in de herberg toen Francis Heuvelmans binnenkwam. Nadat Frans Heuvelmans zich eerst een tijdje had bezig gehouden met het oprakelen van het vuur in de schouw, ging hij bij hem (Tilborgs) zitten en zei tegen hem comt marcelis drinkt eens met mij, welk aanbod hij niet afsloeg. Even later ontstond een woordenwisseling tussen Francis Heuvelmans en Peter Ooms, waarna deze twee al ruziënd naar buiten gingen. Marcelis Tilborgs hoorde Peter Ooms nog zeggen wat hebben wij rusie van doen, comt laet ons naer huijs toe gaen. Maar in een mum van tijd escaleerde de boel. Francis Heuvelmans had een bloot mes in de hand toen hij weer in de herberg wilde komen, al klokkenstoelroepende comt er de best maer uijt, waarop hij (Tilborgs) een stoel pakte en die naar Francis wierp om hem buiten te houden. En dat lukte. De meeste herbergbezoekers gingen hem meteen achterna, de donkere nacht in. Marcelis zag dat Francis Heuvelmans tegenover Hendrik Brouwers tegens malcanderen met blote messen stonden en sneden. Maar ineens keerde Francis Heuvelmans zich tegen hem, Marcelis Tilborgs. Hij wilde zich uit de voeten maken maar kreeg Francis Heuvelmans achter zich aan. Wat volgt is letterlijke getuigenis over de wijze waarop hij Francis Heuvelmans aanpakte. … dat den genoemde Francis Heuvelmans hem (Tilborgs) naerliep met een bloot mes in de handt tot bij t clockhuijs off den opgang van de wal, alwaer hij (Tilborgs) een houd van een eijnd van de grond opgeraept hebbende daer mede op hooft off lijf van genoemde Francis Heuvelmans sloegh, dat t voorschreven hout in stucken brak, dat voornoemde Heuvelmans voor uijt gaende hij (Tilborgs) een ander dik van de aerde genomen hebbende daer mede den selven Heuvelmans op sijn hooft slaende, zodanig dat hij ter aerde neder viel, en hem doen op sijn lijf gevallen sijnde 't mes van den nedergeslagene heeft aen een cant geslagen off gestoten hebbende, hij (Tilborgs) zeijde, nu zal ik u vervloekte zlagen geven, en met eenen op sijn hooft en wangen slaende en met de hair op en neer treckende en tegens den grond stotende…

Jan en Maria Genen, de herbergiers, hadden gezien dat Francis Heuvelmans in hun huijsinge gecomen zijnde, als doen eenigen tijt daer na met de tang in 't vuijer gestoten hebbende waarna hij met Peter Ooms naar buiten ging. Marcelis Tilborgs ging ze achterna en smeet een stoel richting Fransis Heuvelmans. Ook Hendrik Brouwers en Jan Merkelbagh volgden, die ieder een bloot mes in haer handt hadden. Wat er toen precies gebeurde, hebben ze niet goed kunnen waarnemen, zeggen ze. Wel hebben ze even later Marcelis Tilborgs horen zeggen; daer leijt hij nu, hij is misschien off bijna off wel doodt. Daarop besloot Jan de herbergier naar Francis Heuvelmans op zoek te gaan, maar kon hem niet vinden. Toen hij weer terug was in de herberg hoorde hij Jan Merkelbagh zeggen: Pero off Peerooms zal morgen wel weten hoe sijnde rok gestelt is, en verstaen dat Peer Ooms sijn rok deerlijk doorsneden was, en een quetsure op de hand becomen had. En hij voegde daaraan toe: wat morju ik sal desen avond nog een cruijs sneke leggen op sijn hollants.

Jan Merkelbagh verklaarde op zijn beurt ook gezien te hebben dat Francis Heuvelmans met de tang in 't vuijr smeet, en zeijde, comtter de best maer uijt, hij (Merkelbagh) ook een mes uijtgehadt hebbende en op de camer staen snijden, dat hij (Merkelbagh) in den hoff gecomen sijnde aen den tuijn vindende staen den persoon van Peer Ooms en hem aldaer met een bloot mes eenige sneden door sijn rok en clederen heeft toegebragt, met meer andere personen die met messen zneden, dog mits den donker de selve niet kennende.

Peter Ooms verklaarde dat hij die avond in aanvaring kwam met Dirk Adriaan Nijssen, die tegen hem zei: wilt gij met mij snijden oft diergelijke woorden, waarop hij (Ooms) antwoordde, wat doe ik u, ik zoek geen rusie, wat wilt gij van mij hebben. Francis Heuvelmans was er ondertussen bijgekomen en zei: wat wilt gij Peer Ooms doen, waer op eenige woorde wisselingen geseght sijnde, hij (Ooms) met francis heuvelmans buijten de deur is geraekt, en cort daer na siende, dat Francis Heuvelmans ter aerde wierde geslagen, sonder den dader gekent te hebben, waer op hij (Ooms) riep, o slaet dog hem niet doodt, immediaet met blote messen door 3, 4 a 5 personen door sijn rok en clederen wierde doorsneden, waer van hij nog een quetsure op de linker hand en arm creeg, zonder te kennen, wie sulx gedaen heeft, en verder niet meer te weten.

Dirk Adriaan Nijssen heeft in de herberg Francis Houtappels horen roepen: comt er den besten maer uijt, om tegen mij te znijden, waer op eenige personen buijten de deur sijn geraekt. Daarna is hij (Nijssen) meteen naar huis gegaan zonder verder nog iets gehoord of gezien te hebben.

Peter Houtappels had alleen maar gehoord dat er ruzie was in de herberg, en alleen gezien dat Marcelis Tilborgs en Hendrik Brouwers ider een bloot mes in de handt hebben gehadt, sonder mede te hebben sien znijden.

Hendrik Brouwers had gezien dat Francis Heuvelmans met de tang in t vijer goeijde off stiet, en daarna naar buiten ging. Hij (Brouwers) volgde hem. Buiten dreigde Francis Heuvelmans hem met een mes. Daarop trok hij (Brouwers) ook zijn mes en alsoo hand gemeen geworden, en met blote messen naer malcanderen znijdende sijn geweest. Kort daarna hoorde hij vreemde geluiden en schoot daar op af. En op de grondt ter aerde heeft vinden leggen den voornoemde Francis Heuvelmans, en Marcelis Tilborgs die daer boven op lagh, en haer alsoo van malcanderen getrocken en afgescheijden, sonder hem te hebben sien slaen of stoten, niet beter wetende, off Jan Merkelbagh en Marcelis Tilborgs hebben ider een bloot mes in de hand gehadt, nogtans daer mede niet zien snijden.

Francis Vissers hoorde Francis Heuvelmans zeggen terwijl hij met de tang in de asse stiet, (…) morju, comt er den uijt, off diergelijke woorden, dat daer op francis heuvelmans de agterdeur uijtgelopen sijnde voor aen de voordeur gecomen is roepende nogmaals, comt er den besten maer uijt, waer op Marcelis Tilborgs met een stoel naer hem smeet. Francis Vissers hield zich verder afzijdig en trok zich terug op de opkamer. Daar hoorde hij kort daarna dat eenige personen van buijten in huijs gecomen sijnde onder anderen heeft horen roepen, en zeggen door jan Merkelbagh, wat morju, ik zal desen avond nogh een cruijs sneke leggen op sijn hollands daer bij voegende, laet hem maer gaen, hij zal morgen wel sien, hoe sijnen rok gestelt off doorsneden is, en weders gesien, dat hendrik brouwers een bloot mes in sijn hadde, sonder hem te sien snijden, en niets meer van dese saek te weten.

De akte eindigt met de vaststelling dat ná voorlezing alle attestanten bij hun verklaring bleven en dit daarna onder ede bevestigden met woorden zoo waerlijk mocht haer lieven godt almachtig helpen. Behalve dan Jan Merkelbagh die deze eed niet aflegde omdat hij protestant was.

In elke getuigenis gaat het over Francis Heuvelmans die zélf niet werd gehoord. Hij was degene die kennelijk ruzie zocht. Mogelijk dienden de verklaringen als bewijslast tegen hem. Maar het zou best kunnen zijn dat deze Francis Heuvelmans dermate gewond was geraakt dat hij gewoon niet staat was om gehoord te worden. Opmerkelijk is dat niemand van de getuigen met een woord rept over de mogelijke aanleiding van de ruzie. En evenmin kon (of wilde?) iemand van de getuigen de persoon noemen die een ander snijletsel zou hebben toegebracht, behalve dan in de kleding. Uit de Archieven van Bergeijk blijkt nergens dat deze kwestie later nog een staartje heeft gekregen.

Bronnen
  • Foto klokkenstoel: Wikipedia, Sint-Petrus Bandenkerk of Hofkerk Bergeijk
  • Bergeijk R.A. 81, folio 112v, 13 januari 1736.
Terug naar boven

1754    Anna Maria Tilborgs (1714) betaalt doktersrekening met verhuur percelen grond.


Pas in 1748 vestigde zich in Bergeijk een geneesheer ofwel meester chirurgijn op wie de bevolking een beroep kon doen bij ziekte en ongeval. Zijn naam was Friedrich Gottfried Raupp (1723-1793), geboren in de stad Arad, die destijds in Hongarije lag, 1754AnnaMariaTilborgsmaar tegenwoordig in Roemenië. Zijn vader was arts aan het hof van de keizer van Oostenrijk-Hongarije. Friedrich Gottfried Raupp was op één van de veldtochten uit de Oostenrijkse successieoorlog meegetrokken naar de zuidelijke Nederlanden en was in 1748 in Bergeijk achtergebleven. (Bron: "Bergeijkse Notabelen 1800-1920", Peter Meurkens, 1977). Of een meester chirurgijn je in 1754 afdoende kon genezen moest je nog maar afwachten. Maar dat zijn bemoeienis handenvol geld zou kosten, stond buiten kijf. Bij gebrek aan contant geld waren er wel alternatieven. Dat zien we in 1754 bij Anna Maria Tilborgs, dochter van Jan Tilborgs en Catharina Ooms, en gehuwd met Michiel Castelijns. Zij heeft kennelijk een venerische ziekte opgelopen en doet een beroep op chirurgijn Raupp. Zij zal de rekening betalen door verhuur van enkele percelen grond.

Op 22 januari 1754 sluiten Anna Maria Tilborgs en Godefridus Raupp voor de schepenen van Bergeijk de volgende overeenkomst: "Anna maria tilborgs huisvrouw van miggiel castalijns ter eenre, en de heer godefridus raup meester churigijn alhier ter andere zijde, en verklaerde de eerste comparante aan den tweeden verhuert, en den tweeden van de eerste gehuert te hebben drie vierde parten in een parceel weij en ackerlant, groot in het geheel 2 lopense, gelegen onder den dorpe van bergeijk aan de beneden kep genaamt frankenvelt, ende nogh drie vierde parten in een parceel akkerland, groot int geheel een half lopense gelegen als voren aan de beneden kep, ende dat voor so lange van jaere, tot dat de eerste comparante aan den tweeden comparant sal hebben voldaan, sodanige somme als hij sal komen te verdienen in het curreren en genesen van de venus quaal waer mede de eerste comparante onder heevigh en beset is, als wanneer deese huere sal komen te eijndigen, en sal hij tweede comparant gehouden weesen te betalen de slands, plaatselijke en dorps lasten, thienden en besaijde, als mede jaerlijx een half kop koren te leveren aan de erfgenamen isaak wagtelaars, en francus heuvelmans, tot prompte naar kominge deeses, verbinden sij comparanten hare personen ende goederen, stellende deselve ten bedwange en executie als naar reghten, getuijgen waren hier over jan ramaer president, en peter kovels schepen van bergeijk, heden den twee en twintigsten januarij 1700 vier en vijftigh." Drie jaar later wordt de overeenkomst ontbonden, want in de marge van deze akte wordt aangetekend: "Op heden den 8 maart 1757 heeft adam tilburghs vertoont een q(uitan)tie van de heer raup dato 7e maert 1757 dat denselven bekent van de nevenstaande somme voldaen en betaalt te zijn."
Terug naar boven

1756    Jan Tilborghs (1700-1782) koopt erfenis af voor duizend gulden.


Jan Tilborghs, afkomstig van Eersel, woonde al 20 jaar in Valkenwaard toen hij daar in 1745 trouwde met Maria Moeskops, afkomstig van Westerhoven. Zij kwam uit een gezin waar handel de boventoon voerde.
  • Paulus Moeskops: koopman in Duitsland, overleden te Soest (Westfalen) op 2 oktober 1750
  • Catharina Moeskops: trouwde Willem Brouwers, koopman
  • Hendrik Moeskops: koopman, in 1733 uitlandig
  • Elisabeth Moeskops: trouwde Johannes Franciscus Savost, koopman te Antwerpen
  • Maria Anna Moeskops: trouwde Lucas Beckers, valkenier onder de keurvorst van de Palts

Soest Noordrijn-WestfalenVoor de drossaard en schepenen van de Heerlijkheid Waalre en Valkenwaard verschijnen op 29 maart 1756 Jan Tilborghs en zijn vrouw Maria Moeskops in verband met het testament van 23 februari 1756 van hun zwager en broer Hendrik Moeskops, gemaakt te Soest in Westfalen. Zijn vrouw is één van zijn erfgenamen. Tegelijkertijd compareren Christiaan Melskens, wonende te Borkel, en Arnoldus Brouwers, wonende te Westerhoven. Deze twee laatsten presenteren zich als cooplieden in compagnie. Hun namen worden in de akte als Christiaen Melsch ende Arnoldus Braus geschreven. Kennelijk is Hendrik Moeskops kort na het maken van zijn testament overleden, en niet uitgesloten mag worden dat de overledene ook tot die compagnie behoorde. Bemerk dat zijn broer Paulus zes jaar eerder ook in Soest is overleden. Afgesproken wordt dat Melskens en Brouwers gaan zorgen voor de liquidatie van de nalatenschap van Hendrik Moeskops. De uitkomst is nog ongewis, maar dat hierna veel geld te verdelen valt, is wel zeker. Contractueel wordt vastgelegd dat Jan Tilborghs en zijn vrouw hun erfenis van Hendrik Moeskops - ongeacht wat die inhoudt – overdragen aan Melskens en Brouwers, voor een bedrag van 1.000 gulden. Bijna tien jaar later, op 20 januari 1764, verklaart Jan Tilborghs die 1.000 gulden met interest ontvangen te hebben. Van wie staat er niet bij, maar we mogen aannemen, van Christiaan Melskens.

Op dezelfde dag (20 januari 1764) verschijnt namelijk Willem Brouwers, getrouwd met Catharina Moeskops, voor de schepenen van Westerhoven en Borkel. Hij presenteert zich als erfgenaam van hiervoor vermelde Hendrik Moeskops, overleden in soust onder het gebied van pruijsen, maar nu ook als erfgenaam van Arnoldus Brouwers (waarschijnlijk zijn broer). Deze Arnoldus Brouwers, de eerder genoemde compagnon van Christiaan Melskens, blijkt dan overleden en begraven te zijn te leijsborn in munsterlandt. Hij machtigt nu Christiaan Melskens om namens hem de nalatenschap van beide overledenen (verder) af te wikkelen.

De Moeskopsen uit Westerhoven waren ongetwijfeld teuten. Maar met welke handel zij en hun compagnons in het buitenland de kost probeerden te verdienen (koper? haar? textiel?), hebben we nog niet kunnen achterhalen.

Bronnen: Valkenswaard, RA 157, folio 89v. Bergeijk, RA 85, folio 86v
Terug naar boven

1759    Willem Herman Tilborgs (1733-1792) aangesteld als collecteur van de koningsbede.


In 1757 wordt Willem Herman Tilborgs aangesteld als collecteur van de koningsbede voor de gehuchten 't Loo en Weebosch in Bergeijk. De koningsbede is een belasting op onroerend goed, die stamt uit de tijd dat de landsheer voor de financiering van oorlogen en zijn hofhouding een beroep moest doen op zijn onderdanen. Na de vrede van Munster in 1648 gaan de Staten-Generaal deze belasting heffen. In de loop der tijd wordt de koningsbede een vaste, jaarlijks terugkerende belasting op onroerend goed naast de zogenoemde verpondingen. Voor de inning van de koningsbede worden plaatselijke collecteurs ingeschakeld, die de belastingopbrengst afdragen aan het plaatselijke bestuur en daarvoor een vergoeding ontvangen. In 1663 stelt de Raad van State van de Verenigde Nederlanden een "Reglement voor die van de vryheyt van Bergeyk" op. Hierin bepaalt de raad dat het bestuur van Bergeijk bestaat uit schepenen en tien raadsmannen. Dit bestuur benoemt onder andere de collecteurs van de koningsbede en de verpondingen. De collecteur moet in Bergeijk wonen, hij moet een goede administratie bijhouden en verantwoording afleggen aan de schepenen en de raadsmannen. Tekorten worden ingehouden op zijn salaris. In mei 1759 moet Willem Herman Tilborgs als collecteur van de koningsbede optreden tegen Jenneke Verspaendonck, de weduwe van Adam Plasmans. Jenneke was eerder weduwe van Jan Baselmans met wie zij drie dochters kreeg. Jenneke hertrouwde met Adam Plasmans en kreeg met hem vier dochters en twee zonen. Zeven jaar na het overlijden van Adam is zij kennelijk niet meer in staat de belasting op te brengen. Willem Herman Tilborgs geeft daarom de vorster Adriaan van de Poll opdracht om de onroerende goederen van Jenneke in beslag te nemen om hieruit twee gulden, acht stuivers en twaalf penningen te verhalen.

Een jaar later, in 1760, treffen we een overzicht aan van de heffing van de verpondingen en de koningsbede bij twee broers en twee zusters van Willem, te weten Francis, Peter, Aldegonda en Jenneke. Zij worden samen aangeslagen voor dertien gulden, drie stuivers en twee penningen voor de verpondingen en vijftien stuivers en dertien penningen voor de koningsbede. Francis betaalt twee vijfde deel en de anderen drie vijfde deel. In de acte staan buiten "huijs, hof en aengelagh" twintig percelen genoemd met namen als Swinen bart, Liermans acker, start acker, den palen jans acker gelegen op den berkt, dael acker, geijskens beemt, het Eijstel en den Schalideckers dries. Samen hebben ze een oppervlakte van 34,25 lopense, dat is ruim 5,6 hectare.
Terug naar boven

1771    Huiselijk geweld: Johanna Tilborgs (1729-1775) en haar vernielzuchtige echtgenoot.


Jenneke Tilborgs trouwde in 1770 op 41 jarige leeftijd in Bergeijk met de uit Peer (België) afkomstige Peter Johannes Coutlet*, roepnaam Jan. Jenneke woonde in 1771 samen met haar zuster Alegonda en broeder Willem. Gedrieën waren zij op het gehucht 't Loo gehuisvest in een huis van hun vader Francis Tilburgs. Of Jan Coutlet als vierde bewoner moet worden aangemerkt is onduidelijk. Jenneke en Jan zijn in elk geval nog geen jaar getrouwd als twee regenten van Bergeijk op verzoek van haar vader een aangerichte schade aan zijn huis komen inspecteren. Dat gebeurt op 2 september 1771 door Jan Ramaer, president schepen, en Johannes Christiaan de Haas, schepen. Zij verklaren onder ede dat … de huijsinge toebehoorende aan francis tilburgs, bewoont werdende bij willem en jenneke en alegonda tilburgs, gestaan alhier op het gehugt het loo, en daar in bevonden, te leggen aan stukken geslaagen verscheijde kopjes en schooteltjes als meede eenige aarde potjes en schotels die voorn(oemde) jenneke en alegonda tilburgs zeijde door jan coutelje met een groote keijsteen welke aan ons vertoonde, door de venster aan stukken geworpen te zijn, item hebben bevonden buijten de deur van gem(elde) huijzinge, dat aan verscheijdene stukken lagen een eijzere papkeetel, item dat met geweldt verscheijdene slagen op de deur en vensters waren gedaan, zoodanigh dat de lip daar het slot in sluijt, daar door aan stukken was gebrooken, en een scheur in het venster veroorsaakt heeft, alle het welke voorn(oemde) jan coutelje onder veele scheldwoorden meede zouden gedaan hebben… Wat deze “visitatie” verder nog voor gevolgen heeft gehad, is onbekend. De naam van de vernielzuchtige echtgenoot komt verder niet meer in de stukken voor, behalve dan drie jaar later, in 1775, bij het overlijden van zijn echtgenote. Het is niet uitgesloten dat Jenneke Tilborgs zijn tweede echtgenote was. Eerder in 1763 trouwde een Jan Peter Coutelee te Bergeijk met Francisca Frans Volders. Zij overleed in 1770, nalatende haar man met twee kinderen, respectievelijk gedoopt in 1764 en 1767.
Vermelding van de begrafenis van Jenneke Tilborgs op 29 april 1775.

*  De schrijfwijze van zijn achternaam is ook Cottelier, Coetelee en Coutelje. Het gaat hier om een Franse familienaam en de juiste schrijfwijze zou moeten zijn Coutelier, "messenmaker" in het Nederlands.
Terug naar boven

1780    Schoon eyke pootsel te koop bij Marcellus Tilburgs (1706).


Op 11 januari 1780 verschijnt onderstaande advertentie in de ’s Hertogenbossche Courant.  "Te Bergeyk bij M. Tilburgs, is schoon eyke 5 en 6 jarig pootsel te koop voor 3 stuivers ‘t 100. Brieven franco en 8 dagen te vooren te bestellen, ook tegen schoon elsen pootsel te ruilen, dog daar te leveren."
Terug naar boven

1780    Francis Herman Tilborghs (1731-1786) maakt zijn inventaris op.


In verband met zijn tweede huwelijk maakt Francis Tilborghs zijn inventaris op. Hij bezit drie percelen akkerland en een weiland. Zijn inboedel geeft een goed beeld van z'n materiële omstandigheden. Niet alle woorden zijn leesbaar en er komen enkele artikelen in voor, waarvan de betekenis moeilijk is te achterhalen.

Vier melkkoeijen, twee jonge stieren, een jong kalf, een peert.
Drie pluijme bedde, drie overbedde, drie hooftpeuleuwe (langwerpige hoofdkussens), ses kussens, een overtrekzel aen een overbed, zes kussen sloopen, twee linde bedde, met hooij gevuld, twee deekens, tien bedde lakens, twee tafellakens en twee handdoeken, drie paer gordeijnen, twee schouwkleden, een huijs horloge.

Tinnen

Tien tinne schootelen, vijftien tinne borden, een tinnen trekpoth, een mosterpoth, een peperbus, een suijkerschotel, een kandelaer, een soutvat, 18 tinne leepels.

Coperwerk

Eenen koeijkeetel, een copere potleepel, een dito schuijmspaen, een dito luuijs (?), een thee ketel, een confoorken (zie foto), een copere pauke, twee copere thebussen en een suijkerdoos, een dito seij (vergiet), een blekke lantaarn, een coffeij moolen, een kan en twee pinten.

Vrouwekleederen

Drie jacken, vier rokken, een dito gestikte rok, vier voorschooijen, seeven hemden, elf witte mutsen en drie ondermutsen, een paer handschoenen, een sonhoet, een falie (omslagdoek of vrouwenmantel), twee paer schoenen, twee zijde neusdoeken, een witte dito.

Gout en silverwerk

Twee goude ringen, twee goude oorringen, acht silvere leepels, een silvere ..uik (?), een silvere suijkerschotel.

Houtwerk en andere meubelen

Twee stande (?), vier room vlatte (?), een waskuijp, een melktob, twee boterpotten, twee papketels, een moespoth, een hael en lenghael (zie foto), een brandeijsertang en vuurschup, een koekepan, een snaphaen (geweer met vuursteenontsteking), een wiege, acht stoelen, twee ronde tafels, een kast, een kist, vier paer thekoppens en schoteltiens, een spoelkan, 2 aarde potten en 3 kessen(?), een haergetouw hamer (zie foto), een schoep en twee schuppen, drie rieken, een beijl en haftel(?), een houtback, een hijback, mes en zijsen, twee sijssen en een zeght, een zeel, een hoogkar (zie foto), een aardkar (zie foto), een ploegh en eegde (eg), een saellight en greel(?), een paer hagten (trekkettingen aan de haam van een paard), een trogh, twee koeijbacke, een cruijwage, een leeft(?), een partij boomstaken en mutzaerden, twee ko..den(?) zakken, twee stegels(?), een asback en kike(?), 28 vatte rogge 3, vaten haver 80 ...(?), speck en ve..(?), twee bilstukken wegende 14 pond, 800 ...(?) hooij en toemet, 40 karren mest en assen, circa 8 loopense koren te velde.

Verder heeft Francis 141 gulden contant geld. Hij heeft nog 600 gulden tegoed van de Holsteinse Compagnie, waarbij hij als teut was aangesloten, maar moet zelf nog 26 gulden betalen aan achterstallige lasten en verhandelde winkelwaren.

aardkarhoogkarkomfoorhaargetouwhaal

Van links naar rechts: Aardkar, hoogkar, komfoor, bestaande uit een treeft met daaronder een vuurtestje voor gloeiende houtskolen, omstreeks 1780. Haargetouw. twee verschillende typen haarijzers en haarhamers, omstreeks 1870. Het haarijzer werd in de grond of in een blok hout geslagen en diende als aambeeld waarop met de haarhamer de botte snede van zeis of zicht weer scherp werd geplet. Haal, gebruikt om een ketel boven het haardvuur te hangen. De lenghaal is een kort verlengstuk van de haal.

Bron foto's: "Rijke oogst van schrale grond."
Terug naar boven

1808    Peter Tilborgs (1778-1854) aangesteld als armmeester van Bergeijk.


Oorspronkelijk was de armenzorg in Bergeijk een kerkelijke aangelegenheid, die door de zogenaamde Tafel van de Heilige Geest werd verzorgd. Reeds vroeg werd het tevens een zaak van het dorpsbestuur. De uitgaven werden bekostigd met de opbrengsten uit het eigen vermogen, veelal verkregen door schenkingen en legaten. Ieder jaar op Maria-Lichtmis (2 februari) werd een nieuwe armmeester aangesteld, nadat hij de eed had afgelegd:  "Op heden den eersten februarij 1800 agt heeft peter tilburgs in qualiteijt als armeester van bergeijk van den tweede februarij 1808 tot den tweede februarij 1809 gedaan den eed daar toe staande in handen van jan roest, schout ten overstaan van de ondergeteekende scheepenen eed voor den arm of h geest meesters ik beloven dat ik den armen en derselves goederen wel en getrouwelijk sal regeeren en administreeren, en ook niemand van den armen iets merkelijk te distribueeren, dan met consent van regenten, dat hij geene vaste goederen ofte capitalen den armen competeerende sal vercopen, verhuuren, belasten ofte veralieneeren dan na alvorens consent en authorisatie van regenten geobtineerd te hebben, dat ik alle en een iegelijk sonder eenige gunste sal uijt deelen zoo als haare noode is vereijsende ende gelegendheijd de arme casse leijden kan, als meede dat ik van mijne ontfangs en uijtgave behoorlijke reekeningen, bewijs ende reliqua sal doen, ende verders alles doen het geene een goede en getrouw armmeester schuldigh en gehouden is te doen." Alleen voor het innen van renten op uitstaande kapitalen en pachten kreeg Peter een vergoeding: komt den rendant als ordinair 2.0.0 (2 gulden). Een tarief dat al 100 jaar in zwang was: (1695) den rendant komt voor hef en collectloon 2.0.0. Het hele jaar door moest hij aan armlastigen broden uitdelen. De armmeester betaalde kostgeld aan hen die onvermogenden in huis hadden, meestal weeskinderen.Een aantal met name genoemde hulpbehoevenden werd voorzien van wat contant geld, winkelwaren en kleding. Bij ziekte werd de dokter ingeschakeld en betaald. Bij overlijden nam de Armentafel alle begrafeniskosten voor haar rekening, zoals die van de timmerman voor het leveren van een doodskist en die van de pastoor voor het doen van kerkdiensten. De afrekening over de ambtsperiode van Peter volgde pas twee jaar later, op 13 maart 1811. Al met al eindigde hij met een positief saldo van bijna 600 gulden, waarmee hij werd gedechargeerd.
Terug naar boven

1824    Cornelis Tilburgs (1805-1879) betaalt ƒ 300,- aan remplaçant.


Op 27 maart 1824 verschijnen Peter Tilburgs en zijn achttienjarige zoon Cornelis voor notaris Van Galen in Bergeijk. Vader en zoon zijn beiden koopman van beroep. Cornelis heeft geloot voor de Nationale Militie. Hij heeft lot nummer zes getrokken en lotelingdat betekent dat hij zijn militaire dienstplicht moet vervullen. In principe staat daar vijf jaar voor: Het eerste jaar behoor je tot een reservebataljon en word je niet opgeroepen. Het tweede jaar ben je twaalf maanden in werkelijke dienst. In het derde en vierde jaar word je een maand opgeroepen voor herhaling en wel van 1 september tot 1 oktober. Het vijfde jaar word je niet meer voor herhaling opgeroepen. Tegenover vader en zoon Tilburgs staan de twintigjarige werkman Cornelis Jonkers en zijn moeder Elisabeth Kersemakers, weduwe van Lourijs Jonkers. Cornelis Jonkers heeft twee jaar eerder meer geluk gehad. Hij trok lot nummer vijftien en hoefde daarom niet in militaire dienst. Nu is Cornelis Jonkers bereid om voor ƒ 300,- door nummerverwisseling de plaats van Cornelis Tilburgs in te nemen. Het bedrag wordt ineens betaald na het verstrijken van de diensttijd. Intussen ontvangt Jonkers jaarlijks vijf procent, dus ƒ 15,-, rente. De overeenkomst heeft de goedkeuring van beide aanwezige ouders en van de Militieraad van het district Grave. Vader en zoon Tilburgs ondertekenen de overeenkomst. Moeder en zoon Jonkers kunnen beiden niet schrijven.

Afbeelding: Een loteling trekt zijn lotnummer uit een glazen kom voor het militiecomité. Rechts staat de meetlat waarmee zijn lengte wordt bepaald.
Terug naar boven

1830    Cornelis Tilburgs (1805-1879) beboet voor toebrengen lichamelijk letsel

Op 17 juni 1830 verscheen de vierentwintigjarige Cor Tilburgs, koopman in vee, voor de Rechtbank in Eindhoven, aangeklaagd voor “toebrenging van slagen en verwonding aan Lambert Schoenmakers te Oirschot”. Wat was er gebeurd? Op 20 april 1830 had Cor enkele varkens gekocht op de jaarmarkt in Oirschot. Rond zes uur ’s avonds was hij met zijn varkens bij de herberg van de kinderen Kluijtmans in Oirschot aangekomen. Daar raakte hij over de verkoop van een varken in gesprek en in onderhandeling met Lambert Schoenmakers, een boer uit Boxtel. Maar het gesprek liep uit op ruzie en Schoenmakers verweet Cor “Gij zijt een slechte”. Cor was daar niet van gediend en sloeg Schoenmakers met een stok op het hoofd en rechter zij.

De rechter stelde vast dat de slagen geen gevolgen hadden gehad en dat “het wanbedrijf door de omstandigheden die hetzelve zijn voorafgegaan aanmerkelijk wordt verkleind”. Met andere woorden; er waren verzachtende omstandigheden. Cor kreeg een boete van zes gulden en moest de kosten van het rechtsgeding betalen. Die werden geraamd op achttien gulden en negen en een halve cent.

Cor verdiende z'n kost als boer, veekoopman en herbergier. In een archiefstuk van 1836 staat dat hij samen met een jongere broer regelmatig naar de markten van Oisterwijk, Tilburg, Vught, Waalwijk en Eersel ging om varkens te verkopen.

Terug naar boven

1831    Het kasboek van Cornelis (1805-1879) en Francis Tilburgs (1809-1882).


De broers Cornelis en Francis verdienen hun inkomen niet alleen als boer (bouwman). Zij kopen, verkopen en slachten ook varkens, koeien en stieren. Zij snoeien bomen en vervoeren zieken. In 1834 brengen zij geregeld mensen naar het legerkamp in Oirschot, waar grenstroepen zijn gelegerd in verband met de oorlog met België (1831-1839). Cornelis en Francis noteren hun inkomsten en uitgaven in een klein, stevig boekje met leren kaft, dat nu wordt bewaard door Ad Tilborghs, een achter-achterkleinzoon van Francis. Wie behalve Cornelis en Francis het boekje hebben gebruikt is niet zeker. De eerste aantekening is van 1831, de laatste van 1883, als beide broers al zijn overleden. De eerste aantekeningen hebben betrekking op de verkoop van varkens in Waalwijk, Drunen, Elshout en Cuijk (vermoedelijk Nieuwkuijk), een flinke afstand van Bergeijk dus. Enkele concrete voorbeelden uit het kasboek: in 1832 worden twee varkens verkocht aan Adriaan van Eersel in Drunen voor ƒ 13,70. We lezen dat Martinus Groenen in 1843 ƒ 66,- schuldig is aan Peter Tilburgs, de vader van beide broers. Martinus betaalt ƒ 17,- en blijft dus nog voor ƒ 49,- in het krijt staan. In 1841 huurt Cornelis de Wijerdijk en de halve beemt voor ƒ 10,-. In 1849 worden de opbrengsten van de springstieren vermeld. Dat blijkt per koe ƒ 0,10 op te leveren. Naast hun loon voor werkzaamheden noteren Cornelis en Francis hun uitgaven aan bijvoorbeeld stro, hooi en winkelwaren zoals tabak, bier en jenever. Die laatste zijn waarschijnlijk niet alleen voor eigen gebruik, maar vooral voor de klanten van de herberg van hun vader Peter (zie het artikel 1835). In 1850 noteren zij hoeveel zij aan "armebrood" hebben gegeven en aan wie. In 1837 zijn de weersomstandigheden tijdens hun zakenreizen zo extreem dat zij die in hun kasboek beschrijven:
"In 't jaar achtienhondert zeven en dertig den achtiende meert is het beginnen te vriezen. En het was toen zeer koud. 23 en 24ste meert toen reed men met schaatsen van Vlijmen naar Den Bosch. Van den 24ste is het altijd blijven vriezen tot den 4e april. Den 5de en 6de den helen dag gesneeuwd, 7de 8ste en den 9de sterke vorst en de sneeuw blijve liggen. En zoo koud den men het naauwelijks op straat kon blijven. En ook zelfs kon men over het eijs geleijen."
kasboekkasboek
Twee pagina's uit het kasboek van Cornelis en Francis. Klik op miniatuur voor uitvergroting.

Terug naar boven

1835    Francis Tilburgs (1809-1882) met sabel verwond.

korporaalinmarstenue
Tijdens de oorlog met België zijn in de herberg van Peter Tilburgs twee hertogenlijke jagers en twee korporaals ingekwartierd. Op 19 augustus 1835 vertrekken de jagers 's ochtends om zes uur naar het gehucht Weebosch. Om tien uur komen ze terug om nog wat spullen op te halen. Maria van de Vorst de vrouw van Peter en haar kinderen zijn op dat moment in de herberg. De mannen beklagen zich tegenover Maria dat zij 's ochtends voor hun vertrek geen koffie en een borrel hebben gekregen. Christina probeert de zaak te sussen en tracteert de mannen alsnog op een borrel. Desondanks gaan zij vloekend via de achterdeur naar buiten en zeggen dat zij Cor aanstaande zondag op de Weebosch wel zullen vinden. De twee korporaals, die ook in de herberg zijn ingekwartierd, horen dit. Zij hangen hun sabels om, achtervolgen de beide soldaten en nemen hen in arrest. Maar één rukt zich los en trekt de sabel uit de schede van een korporaal. Met het wapen in de hand snelt hij terug naar de herberg en geeft Francis een houw in de zij en op het hoofd. Cor snelt z'n broer te hulp en ondersteunt hem. De soldaat wordt vervolgens alsnog gearresteerd en naar de wacht gebracht. Maar hij ontsnapt opnieuw, gaat terug naar de herberg en gaat weer tekeer tegen Francis. Tenslotte wordt hij daar door twee mannen van de wacht aangehouden en weggevoerd. 's Middags om vijf uur doet Maria samen met haar kinderen en een aantal getuigen bij de burgemeester aangifte van het voorval.

Tekening: korporaal in marstenue, 1831
Terug naar boven

1841    Familie Tilburgs betrokken bij Bergeijks volksgericht.


Een volksgericht of charivari is een ritueel waarbij een individu of paar dat de sociale gedragsnormen heeft overtreden, wordt bespot en bestraft. Voorbeelden van Noord-Brabantse charivari’s zijn ‘in de ploeg spannen’, ‘beerjagen’ en ‘tafelen’. Naar onze huidige normen konden charivari’s soms erg ver gaan. Een milde vorm van charivari is het weigeren van het kwanselbier omdat het niet in de charivarieerste plaats een bestaffing is voor een overtreding van de normen, als wel een gelegenheid om een traktatie af te dwingen. Kwanselbier was het gratis bier dat een paar geacht werd aan de jongemannen uit de buurt te geven bij hun verloving of huwelijk. Het in de ploeg spannen was met name aan de orde bij mannen die hun vrouw mishandelden. Maar er waren - althans in Bergeijk - ook andere redenen om dat te doen. In dit geval was de aanleiding kennelijk dat het slachtoffer weigerachtig was een niet nader genoemd gezelschap te voorzien van jenever en bier. Het bleef uiteindelijk bij dreigementen omdat de marechaussee net op tijd was om het opgewonden volkje uiteen te jagen.

Het slachtoffer

Het mikpunt was Antonie Schellens, op 14 augustus 1800 gedoopt te Eersel. Hij trouwde in 1827 te Bergeijk op 26-jarige leeftijd met de 41-jarige Johanna Maria Vereijcken. Zij is dan weduwe van Michiel Hogers, overleden te Bergeijk in 1825. Hij woonde tot vlak voor zijn overlijden (in 1873) te Bergeijk, op het Loo.

Op zondag 7 november hoort Antonie om tien uur 's avonds een man of drie, vier met klappende zwepen vanaf het Middelste Loo in Bergeijk richting herbergier Peter Tilburgs lopen om daar een trom te gaan halen. Al trommelend komen ze daarna zijn richting uit. Petronella van Erck, vroedvrouw, trakteert de mannen op jenever en voegt zich bij het gezelschap. Bij Antonies buurman, Erasmus Schoone, nemen ze een ploeg mee met de bedoeling om Antonie daar voor te spannen tenzij hij iedereen trakteert op bier en jenever. Ze blijven een half uur voor het huis van Antonie staan zingen en kabaal maken totdat de marechaussee er een einde aan maakt. Jan Tilburgs, zoon van de herbergier, en Anna Maria Tilburgs maakten deel uit van dit luidruchtige gezelschap.

Proces Verbaal

charivariIn het proces verbaal wordt het voorval als volgt beschreven: "Compareerde op heden den negenden november 1841 voor ons burgemeester der gemeente bergeijk provincie noord braband antonie schellens bouwman oud 41 jare wonende bergeijk de welke verklaarde dat hij zondag (…) zevenden dezer maand des avonds omtrent 10 uren te huis zijnde een groot leven heeft gehoord, gemaakt door drie of vier personen komende van het middelste loo welke met klappende sweepen zijn gegaan op weg naar peter tilburgs op het voorloo woonachtig (…) terug keerden een trom bij zich hebbende en trommelende tot bij des zelfs buurman erasmus schoone bij welke troep ook gekomen is petronella van erck huisvrouw van van der kop vroedvrouw wonende op het loo te bergeijk welke zeide laat mij het liedje eens hooren van antonie schellens waarna zij de zelve heeft getracteerd op jenever dat toen de heele troep altoos leven makende en met de vroedvrouw aan het hooft is gekomen tot voor de deur van den comparant alwaar zij een half uur hebben staan zingen en toen heeft hooren zeggen terwijl zij ploeg bij zich hadden: schellens moet er in want hij trekt door de strengen, haal de hagten, vervolgens hebben zij malkander in de rij gezet om den comparant uit het huis te halen, met een vloek zeggende hij moet erin als hij sooveel bier en jenever niet geeft tot gebruik van de compaignie, welke telkens meer aan groeide of hij moet op eersel in van welke plaats de comparant vandaan is, dat hij uit verzamelde menigte (…. ….) als sprekers herkend johannis tilburgs bouwman wonende te bergeijk, peter jansens, werkman, anna maria tilburgs echtgenoot van joseph van vlerken ende (…) willemijna jansen, antonie houtappels kleermaker, joseph van och bouwman en adriaan lomans h.zoon dat hij als getuigen in deze zaak kan opgeven peter antonie bekkers schoenmaker en jan emmers knegt van den declarant dat de brigadier met marichaussee gekomen is waarop de troep is uit malkander gegaan zijne door hem bevonden de ploeg welke na onderzoek bleek toe te behoren aan erasmus schoonen welke ze ook heeft mede genomen waarvan wij dit proces verbaal hebben opgemaakt ten dage maand en jaar als boven en van den comparant voorgelezen die hetzelve met eede wil bevestigen en zal afschrift worden gezonden (…) het behoort. "

De betrokkenen

De herbergier, bij wie men de trom ging ophalen, was Peter Tilburgs (1778-1854) gehuwd met Maria van de Vorst. Jan Tilburgs (1816-?) was zijn zoon, die later naar Amerika zou emigreren. Anna Maria Tilburgs (1810-1861) was een dochter van de Jan Tilburgs, die gehuwd was met Maria Elisabeth Leesten. Anna Maria was gehuwd met Joseph van Vlerken (een haarteut). Zij was een nicht van Peter Tilburgs, de herbergier.

Vroedvrouw Petronella van Erck werd in 1796 geboren in Hilvarenbeek. Zij was getrouwd met Cornelis van der Kop. In 1863 was zij nog steeds als vroedvrouw werkzaam. Zij overleed in 1870. Haar zoon Hendrik van der Kop, vertrok in 1857 naar Amerika, dus in hetzelfde jaar als Jan Tilburgs. Mogelijk waren zij reisgenoten. Hendrik keerde nog in hetzelfde jaar terug omdat hij in Amerika geen werk kon vinden. Zie Kroniek 1857 en het artikel Over Bergeijkse landverhuizers naar Noord-Amerika.


Bronnen:
  • Bergeijk AA 1475 folio 24v.
  • Rituele repertoires, Volkscultuur in oostelijk Noord-Brabant 1559-1853. Gerard Rooijakkers, SUN Nijmegen, 1994.
  • Eer en Schande, Volksgebruiken van het oude Brabant, Gerard Rooijakkers, Nijmegen 1995
Afbeeldingen:
  • William Hogarth; "Hudibras encounters the Skimmington" (1820).
  • Edmund J. Massicotte (1875-1929); "Charivari".
Terug naar boven

1853    Het 50-jarig huwelijksfeest van Peter Tilburgs (1778-1854) en Maria Anna van de Vorst (1777-1854).


De Noordbrabanter, 25e jaargang, no. 24, donderdag 24 februari 1853. "Eene buitengewone plegtigheid, alhier in verscheidene jaren niet voorgevallen, had gisteren in deze gemeente, op het Loo plaats. Peter Tilburgs en zijne huisvrouw Maria van de Vorst, vierden namelijk met een blij en dankbaar gevoel, in tegenwoordigheid van alle hunne kinderen en kindskinderen, hunne gouden bruiloft; daar het toen juist 50 jaren geleden was, dat zij door den echt zijn vereenigd. De hier sints Nov. 1845 gevestigde harmonie, die bereids menigmaal in deze en nabijgelegene gemeenten, een en ander feest luister en aanzien bijzettede, heeft daaraan, in weerwil van het sterke winterweder, ruimschoots het hare toegebragt. 's Avonds bevorens gaf deze, ten huize van de feestvierenden, eene serenade. Zondags voormiddags vergezelde zij spelende den Jubilaris, die met zijne vrouw in een fraai rijtuig gezeten was, ter kerke, wordende voor hen de Hoogmis opgedragen en door den Eerw. Heer Pastoor eene toepasselijke rede gehouden. Op dezelfde wijze vertrokken zij 's middags naar hunne woning, alwaar des avonds weder verscheidene muziekstukken door de harmonie uitgevoerd werden, telkens ten aanhoore van eene groote toegestroomde menigte, waarvan velen hunne belangstelling in het feest deden blijken. Zoo zal deze dag èn voor de feestvierenden, èn voor de gasten, èn voor de dorpelingen eene aangename en streelende gedachtenis achterlaten."

De Harmonie van Bergeijk

De muziek voor het 50-jarig huwelijksfeest van Peter en Maria wordt verzorgd door de harrmonie van Bergeijk. Peters jongste zoon Jan is in 1845 één van de oprichters van dit muziekgezelschap geweest. In 1846 wordt hij bestuurslid. Op 16 juni van dat jaar treedt de harmonie voor het eerst op straat op. Panken beschrijft deze gebeurtenis als volgt: "Dinsdag 16 Junij, kwam - om half 6 ure nm. - de harmonie van Bergeijk te Westerhoven, om er de schutters van het in het vorig jaar opgericht gezelschap De Menapiërs, die te Eindhoven daags tevoren, de zilveren medaille verworven hadden, af te halen. Ten half 8 ure kwamen zij in optogt te Bergeijk, waar alsdan de klokken werden geluid, vlaggen wapperden, enz." In 1847 bedankt Jan als bestuurslid wegens vertrek naar elders, maar in 1848 staat hij weer als lid te boek. Hij zal daarom zeker van de partij zijn geweest op 11 juni 1849, als de harmonie optreedt tijdens een muziekfeest in Eindhoven. In "'t Hermenieke van Bergeijk" wordt dit uitstapje beschreven en worden enkele passages uit het verslag van de secretaris geciteerd: "Op de aangegeven dag (..) begaf het gezelschap zich om 4 uur 's morgens op weg. 'Onder vriendschappelijke gesprekken arriveerden de deelnemers om 8 uur te Stratum' (..) Na aankomst te Stratum trok het gezelschap naar de stad Eindhoven, waar een algemene repetitie gehouden werd voor de uitvoering van een gemeenschappelijke mars. Hierna volgde een grote optocht door de stad, waarna de ontvangst plaats had door de President van Apollo's Lust, die 'een oratie tot alle opgekomen harmonieën hield, waarin muziek en vriendschap en vooral welkomstbetuigingen de hoofdrol speelden. De redevoering werd besloten met het invallen van de Eindhovense Harmonie met het schone Air: Waar kan men beter zijn! Plechtig was dit ogenblik voor allen' (..) Hierop werd het programma afgewerkt, de gemeenschappelijke mars gespeeld en werden de medailles en de diploma's uitgereikt. Hierna bracht men nog vele uren vrolijk en vriendschappelijk door onder het drinken van een glas wijn. 'Des morgens om vijf uur kwamen wij vrolijk en ordelijk onder het spelen van muziek in Bergeijk terug, alwaar bijna elk verheugd was over de goede afloop van het gehouden feest." Hermenieke van Bergeijk
De Harmonie Echo der Kempen in ± 1915, de opvolger van 't Hermenieke van Bergeijk. Op de tweede rij, zesde van links, met bolhoed, Hein Tilborghs (1882-1961). Achtste van links, eveneens met bolhoed, zijn broer Frans Tilborghs (1880-1947).
Terug naar boven

1857    Johannes Antonius Tilburgs (1816) emigreert naar Amerika.

1857NewYorkNa de dood van zijn ouders vertrekt Johannes Tilburgs uit Bergeijk om in Amerika fortuin te gaan zoeken. Meester Panken schrijft hierover in zijn dagboek: "Een laatste vaarwel vóór zijn vertrek naar N. Amerika, werd mij Zondag 16 Aug. door Johannes Tilburgs van Bergeijk overgebragt, toen hij op 't punt stond die gemeente te verlaten, met Peter van de Ven, zijne vrouw en 4 jeugdige kinderen. Mede vertrok zeker jong ongehuwd kleermaker, van Geel geboortig, doch sedert eenige jaren aldaar gevestigd. J. Tilburgs, zanger met eene aangename stem, was korist en lid der Liedertafel te Bergeijk. In Amerika behoeftig geworden, kon hij niet wederkeren."  Jan en zijn metgezellen gaan op 30 augustus 1857 in Antwerpen aan boord van de Troy. Hun accomodatie is "between decks". Bij z'n inscheping wordt Jan genoteerd als "mingegoed" (ter onderscheiding van "welgesteld" en "behoeftig"), zonder vrouw, kinderen of dienstboden. Hij betaalt 80 cent hoofdelijke omslag aan de autoriteiten. Als beroep staat "mechanic" vermeld. Op 7 oktober 1857, na een reis van bijna veertig dagen, komt hij aan in de haven van New York.

De jonge kleermaker, waarover Panken spreekt, is Johannes Kolhoven, die op 7 januari 1831 werd geboren in Geel. In Amerika heette hij John Kolhoven. Hij trouwde met Margaret Welsch en had vijf kinderen*. Hij overleed op 10 februari 1919 in Newport Kentucky. In 1857 emigreerden nog twee mannen vanuit Bergeijk naar Amerika: de 27-jarige, in 's-Hertogenbosch geboren molenaar Hendrik van der Kop. Hij keerde in oktober 1857 terug omdat hij in Amerika geen werk kon vinden. Hij overleed in 1903 in Heythuysen. De tweede was de 30 jarige Theodorus van Laarhoven.

Bergeijkse landverhuizers naar Noord-Amerika

Het artikel over de emigratie van Johannes Antonius Tilburgs leverde zoveel extra informatie op, dat het aanleiding was om een uitgebreider artikel over Bergeijkse emigranten te schrijven. Lees daarom hier verder.

* John J. Kolhoven (1861-1901), Louis Kolhoven (1865-1936), Margaretha Kolhoven (1865-1886), Christopher Kolhoven (1867-1917) en Elizabeth Kolhoven (1871-1933). Christopher werd sergeant van politie in Newport Kentucky. In de vroege ochtend van 11 juli 1917 werd hij doodgeschoten bij een poging enkele dronken militairen te arresteren. Zie het verslag van deze gebeurtenis. 

Illustratie: New York. Winter Scene in Broadway. 1857, Paul Girardet (1821–1893)
Terug naar boven

1870    Burgemeester ondersteunt gratieverzoek Peter Johannes Tilburgs (1840-1919).


Op 19 januari 1870 stuurt burgemeester Aarts van Bergeijk een brief aan "Den Heer Officier van Justicie bij de Arrondissementsregtbank Tiel": "Onder terugzending van 1870burgemeesterAartshet request om gratie van P.J. Tilburgs en bijlagen heb ik de eer U(..) te berigten dat de requestrant als driftig van aard bekend staat en daardoor zijn tegenpartij zal hebben geslagen. Dat mij overigens niet bekend is dat hij zich vroeger aan eenige misdaad heeft schuldig gemaakt. Voorts dat hij is een dood arm man die van zijnen handenarbeid moet leven en zijne vrouw in hoogst zwangere toestand verkeert welke bij langdurige gevangenzetting van den requestrant aan alles gebrek zal hebben. Mij dunkt eventwel dat het niet onraadzaam ware hem eene gevangenistraf van een dag of 8 te doen onderstaan ten einde hem door dese les in het vervolg te leeren zich niet zoo ligt door zijne drift of oploopendheid te laten vervoeren. De Burgemeester"

Foto: Petrus Jozephus Aarts (1814-1894). Hij was van 1849 tot zijn dood burgemeester van Bergeijk.
Terug naar boven

1872    Arnoldus Tilburgs (1844-1898) acht dagen in hechtenis wegens zoutsmokkel.


Op 7 mei 1872 wordt de 28 jarige arbeider Nol Tilburgs uit Bergeijk wegens zoutsmokkel veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht dagen. Hij zit zijn straf uit van 21 november tot 29 november 1872 in de strafgevangenis van Eindhoven. Hij is niet eerder voor een misdrijf veroordeeld en gedraagt zich in de gevangenis goed. Volgens het gevangenisregister is hij 1,59 m. groot en heeft hij - evenals de meeste andere gedetineerden - geen lager onderwijs genoten.

smokkelaarsIn Nederland werd sinds 1805 accijns geheven op zout. Toen in België deze belasting in 1870 werd afgeschaft, werd het lucratief om in België zout te kopen en dat illegaal over de grens naar Nederland te brengen. Langs de hele grens tussen Nederland en België - en dus ook in het grensdorp Bergeijk - floreerde deze smokkelhandel. Het was een aantrekkelijke manier om de karige landbouwopbrengsten van de schrale zandgrond wat aan te vullen.

Op 10 februari 1878 beschrijft "Echo van het Zuiden", een krant die uitkwam in West Brabant, hoe de zoutsmokkelaars daar te werk gingen. In de Kempen zal dat niet veel anders zijn geweest.
"Er hun dagwerk van makende, gaan zij met de meeste vrijmoedigheid langs de openbare wegen, soms met 15 à 20 man. Vijf- à zesmaal per week dragen zij ieder telkens 40 à 50 kilo en verdienen daarmede wekelijks 10 tot 15 gulden. Zij koopen het tegen ƒ 2 en verkoopen het voor ƒ 4,50 per 50 kilo, juist gelijk aan het bedrag van den accijns hier te lande.
Door de commiezen wordt er weinig of geen surveillance op uitgeoefend. Het nu en dan als bij toeval aangehaald zout bij de rijksontvangers opgebracht en aan winkeliers of bakkers verkocht voor 9 à 9,5 gulden per 100 kilo, alzoo nagenoeg voor het bedrag van accijns. De zoutziederijen in Noordbrabant, om van Zeeland en Limburg niet te spreken, verkeeren daardoor dan ook in kwijnende toestand en alle vertoogen om daarin verbetering te brengen, leiden tot hiertoe bij het ministerie van financiën schipbreuk." Lees ook het artikel over zoutsmokkel van Ad Tilborghs.

Bron foto: NPO Geschiedenis.
Terug naar boven

1879    Petrus Bernardus Tilburgs (1849-1900) in Alkmaar bestolen.


Petrus Bernardus Tilburgs 1849-1900Petrus Bernardus is één van de kinderen van het echtpaar Tilburgs-Kloots, die uit Bergeijk vertrekken om elders te gaan werken (zie ook Kroniek 1880). In 1879 werkt hij in Alkmaar, mogelijk aan het station dat in dat jaar wordt verbouwd. In het Politieblad van 1879 lezen we het volgende bericht over hem: "De officier van justitie te Alkmaar verzoekt opsporing en berigt. In den morgen van 15 Oct. jl, in een kosthuis te Alkmaar (is gestolen): ten nadeele van Petrus Bernardus Tilburgs: 1 zilveren remontoir horologie, zonder glas, waarvan aan den secondwijzer een stukje wordt gemist en met figuren op de achterplaat; ten nadeele van Herman Gerard Beerding: 1 portemonnaie, inhoudende ƒ 6.25. Van dien diefstal worden verdacht James Meijer, oud 22 jaren, steenhouwer, dragende een bruin kneveltje en kenbaar aan eene ligte verwonding aan het voorhoofd, en Engelbert Muhren, oud 19 jaren, steenhouwer, beiden gekleed met grijze jassen."
Terug naar boven

1879    Cornelis Tilburgs (1805-1879) verdronken

Volgens de familie-overlevering overleed Cor aan geeuwhonger, een niet erg bekend verschijnsel, dat echter al in het jaar 401 vóór Christus door Xenophon werd beschreven. Of geeuwhonger werkelijk de oorzaak was van de dood van Cor blijft een vraag. In ieder geval gaf schoolmeester Panken een andere lezing van het drama. Op 10 april 1879 plaatste hij het volgende artikel in de Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant:

BERGEIJK 7 april. Hedenmorgen omstreeks zeven ure, vond men in een sloot, waarin eenig water stond, langs den openbaren weg in deze gemeente, het lijk van den landbouwer C. Tilburgs. Vermoedelijk is die man, van eene reis naar Tilburg terugkeerende, reeds den vorigen avond daarin gevallen. Hij was dien avond te voren nog in de herberg bij J.W., vooraan in het dorp, geweest, druk op zijne gezondheid roemende, hoewel hij reeds 73 jaren oud was. Door de aanwezigen werd die drukte toegeschreven aan het gebruik van meer drank, dan kennelijk voor hem dienstig was. Twee vrouwen, moeder en dochter, dien weg moetende passeeren, hebben gekerm gehoord, doch gingen toen een nabijzijnd huis binnen en verzochten den bewoner, een dooven timmerman, haar een eind wegs te begeleiden, hetgeen geschiedde; zij zijn toen den drenkeling voorbij gekomen, zonder iets van het ongeval gewaar te worden. De bewoonster van het volgend huis naast het ongeval, had wel eenig gerucht gehoord en begaf zich later op straat, doch toen was alles stil en zij vermoedde dat voorbijgangers eenig straatgerucht hadden gemaakt. Men kan denken hoe dezen morgen bij de ontdekking het volk te zamen liep, en hoe de vrouw en kinderen van den verongelukte te moede waren, toen die man en vader levenloos werd thuis gebracht. Misbruik van drank schijnt wel weer de oorzaak van dit ongeval te zijn, terwijl een oud denkbeeld, nog steeds bij velen levendig is, dat niemand de reddende hand mag uitsteken zonder dat de politie er is bijgehaald, hetwelk ook hier werd in acht genomen en meer dan 30 minuten tijds vorderde.

In z'n dagboek deed Panken nog uitgebreider verslag van het ongeval: "Maandagvoormiddag 7 april vernam ik het verdrinken van Cornelis Tilburgs, woonachtig op het voorste Loo te Bergeijk, in eene sloot langs de zuidzijde van den weg in den Hoek, ongeveer 20 meters van het huis aan dew. Corn. Borrenbergen toebehoorende en 150 meters verwijderd van den grintweg en het begin van de Broekstraat, ¼ uur van zijn woonhuis. Tilburgs, Zaterdag te voren op reis gegaan keerde den volgende dag (zijnde palmzondag) terug en is (naar men zegt in beschonken toestand) in het nauwelijks 1/2 meter diepe water gevallen en eenige minuten later gestorven. Het was tusschen 8 en negen uur des avonds, bij helder maanlicht. Eene vrouw uit de Broekstraat, van Westerhoven huiswaarts keerende, hoorde op gemelden plaats gekomen een geroep of vreemd geluid en liep zeer beangst in het huis van P. Lanen, die zich met haar op straat begaf, doch beide hoorden of zagen niets bijzonders en eerst den volgende morgen begreep de vrouw tot hare droefheid dat zij de stem van den stervenden zal gehoord hebben.

Maandagochtend, omstreeks 8 ure, zagen personen een' jas boven water en bevonden alzoo het lijk van den genoemde. Sommige waanden, dat het niet uit het water mogt genomen worden, eer de politie tegenwoordig was geweest. Wenschelijk is het spoedig verdwijnen van deze dwaze mening en onmiddelijke hulp, zoo mogelijk aan drenkelingen. Het duurde niet lang of het uit den sloot getrokken lichaam lag op de kar van den nabijwonenden W. Dekkers, die het naar het huis van de vrouw des doodden vervoerde. Enkele personen, in den ochtend voorbijgegaan, hadden het lijk in den sloot niet opgemerkt. Na de ontdekking bevonden zich weldra verscheidenen menschen, waaronder 4 marechaussee der Brigade uit het dorp, ter plaatse van het onheil, hetgeen eene groote verslagenheid onder de familie en de gemeentenaren heeft veroorzaakt. Ik ging diezelfden middag de plaats waar hij verdronk beschouwen. Nog eenige minuten later daarvan verwijderd ontmoette ik Mej. Jeannette Raupp en de meisjes van wijlen harer broeder. Zij verhaalden mij menige bijzonderheid van gezegden ramp, o.a. dat zij de muts van den verdronkenen uit het water gehaald en op de slootkant hadden gelegd. Ik wandelde verder naar de Broekstraat en langs een' omweg tot bij den molen. Ten 3 ure in het dorp gekomen verkondigden de klokken den dood van Tilburgs. Hij bereikte den ouderdom van 73 jaren en laat eene weduwe met 13 van de 14 kinderen achter. Alle bevonden zich ter begravenis en uitvaart Woensdag 9 april. (...) Men leze het bericht wegens den dood van C. Tilburgs uit Bergeijk in de Meij. C. van 9, en in die van 10 april, 2de blad 's Bossche Provin. C. Eene bijzonderheid bij het vervoer van den drenkeling wil ik hier nog noteren. Toen de met hem beladen kar den weg naar zijne woning vervolgde, ontmoette deze de lijkstoet van Johanna Helsemans, echtgenoote van Willem van der Linden, wier ligchaam dien voormiddag op het Hof begraven werd. Hierom week de kar van den grintweg, vóór het woonhuis van H. Vrenken, tot de lijkstoet voorbij was."


1880    Van Bergeijk naar Amsterdam en Hilversum.


In Amsterdam nemen de bouwactiviteiten in het laatste kwart van de negentiende eeuw grote vormen aan. Aan de zuidkant van de stad wordt een nieuwe woonwijk gebouwd, de Pijp. In de jaren '80 verrijzen kort na elkaar enkele monumentale Nieuwe Amstelbrug Amsterdamgebouwen: het Rijksmuseum (1885), Carré (1887), het Concertgebouw (1888) en het Centraal Station (1889). Om deze bouwactiviteiten te kunnen realiseren wordt onder meer een beroep gedaan op arbeidskrachten uit de provincie. Enkele jongens en één meisje uit het gezin van Cor Tilburgs en Johanna Kloots maken van deze gelegenheid gebruik en verhuizen van Bergeijk naar Amsterdam. Cor en Johanna hebben twee zonen, die Peter heten. De oudste verhuist naar Helmond. De andere, Peter Bernardus, geboren in 1849, wordt ter onderscheiding van zijn oudste broer hier verder Piet genoemd. Hij wordt op 5 mei 1869 voor een periode van vijf jaar ingelijfd in militaire dienst. Piet trouwt op 7 januari 1878 in Bergeijk met Francisca Helsemans. Precies een jaar later, op hun eerste trouwdag, krijgen zij een dochtertje, Johanna. Het meisje overlijdt echter binnen drie weken. Kort daarop vertrekken Piet en Francisca naar Nieuwer Amstel en vervolgens naar Amsterdam. Piet werkt daar als metselaar en tegelzetter. Qua huisvesting hebben ze een uiterst onrustig bestaan. Binnen acht jaar verhuizen ze met hun steeds groter wordend gezin acht keer. De adressen liggen allemaal dicht bij elkaar in de Pijp:

1880, feb. Gerard Doustraat 105. Op 17 augustus 1880 wordt Maria Cornelia Francisca geboren.
1881, okt. Daniel Stalpertstraat 64
1882, juni Govert Flinkstraat 198. Op 27 oktober 1882 wordt Franciscus Cornelis Antonius geboren.
1883, jan. Daniel Stalpertstraat 72
1883, dec. Daniel Stalpertstraat 96. Op 11 januari 1885 wordt Petrus Bernardus Cornelis geboren.
1886, aug. Gerard Doustraat 115
1887, jan. Quellijnstraat 121. Op 9 februari 1887 wordt Theodorus Johannes Cornelis geboren.
1888, juli Quellijnstraat 48. Op 21 mei 1891 wordt Barbara Maria Cornelia geboren.

Op 20 juli 1881 komt ook Peters jongere broer, de 26-jarige Frans (Franciscus Hermanus), over uit Bergeijk om in de hoofdstad als metselaar te werken. De eerste maand woont Frans bij z'n broer in de Gerard Doustraat 105. In dezelfde maand komt Rijkje de Zwart, een 27-jarige katholieke dienstbode in het huis wonen. Rijkje is geboren in Baarn en is via Naarden naar de hoofdstad gekomen. Ze werkt daar op een aantal adressen als dienstbode:

1876, juni Prinsengracht 27, samen met haar zus Johanna
1878, jan. Nieuwendijk 211
1878, apr. opnieuw Prinsengracht 27
1879, aug. Oude Doelenstraat 2, bij banketbakker Coops (foto)
1879, dec. Prinsengracht 135
1880, juli Keizersgracht 94
Oudedoelenstraat AmsterdamFoto: De Oude Doelenstraat omstreeks 1883.

Bij Frans en Rijkje is het kennelijk liefde op het eerste gezicht. Ruim drie weken nadat ze elkaar hebben leren kennen trouwen ze en verhuizen ze naar de Gerard Doustraat 44c. Elf maanden later krijgen ze een zoontje; Cornelis Jacobus Franciscus Tilburgs. Als het jongetje amper een maand oud is verhuist het gezin naar de Ferdinand Bolstraat 33. Ze blijven daar nog geen twee jaar. In juni 1884 verhuizen ze met z'n drieën naar de Karnemelksteeg 2 een zijstraatje van het Damrak. Daar wonen ze maar drie maanden; in september vertrekken ze naar de Dirk Hartoghstraat 6 vlakbij het IJ. Een half jaar later, in maart 1885, verhuizen ze naar de Commelinstraat 105, in de buurt van Artis. Op 26 april van dat jaar wordt een tweede zoontje geboren: Franciscus Johannes. Nog hetzelfde jaar, in november, verhuist het gezin naar de vlakbij gelegen Wagenaarstraat 132. Daar overlijdt een maand later, op 29 december, het oudste zoontje. In februari 1887 vertrekt het gezin naar het vlakbij gelegen huis aan de Wagenaarstraat 117 en in juni van hetzelfde jaar naar de Jonkerstraat 61b. Op 5 februari 1888 wordt daar weer een zoontje geboren: Petrus Johannes en een maand later verhuist het gezin weer, nu naar de Conradstraat 18a. Uiteindelijk vertrekt Frans Tilburgs met z'n vrouw en twee zoontjes op 25 mei 1889 uit Amsterdam om zich te vestigen in Delft. Daar krijgen zij twee kinderen: Cornelis Jacobus (1890) en Hendrika Clementia (1894). Daarna keren zij terug naar Amsterdam, waar zij in 1897 een zesde kind krijgen: Arnoldus Jacobus.

In november 1878 komt Theodora Scholten vanuit haar geboorteplaats Diemen via Nieuwer Amstel naar Amsterdam. Ze is twintig jaar en katholiek. Ze gaat als dienstbode werken en wonen bij het gezin van de nederlands-hervormde boomkweker Gideon Jan du Marchie Sarvaas in het statige pand Amsteldijk 12. In november 1880 verhuist het echtpaar met hun dochtertje en twee zoontjes naar de Constantijn Huijgensstraat 11. Theodora verhuist mee. Op het nieuwe adres worden nog twee jongetjes geboren. Op 22 oktober 1885 verhuist het gezin naar Nieuwer Amstel. Hilversum in 1895Theodora gaat dit keer niet mee, maar gaat werken en wonen bij de katholieke familie Luijkx, die vlakbij in het pand Constantijn Huijgensstraat 16 woont. Louis Godefridus Luijkx is een 46-jarige commissionair in effecten, geboren in Amsterdam. Hij is getrouwd met Maria Bernardina Marinkelle, die zes jaar jonger is. Het echtpaar heeft twee thuiswonende kinderen: de 19-jarige Lodewijk Bernardus en de achtjarige Jan Barend. Sinds enkele maanden woont en werkt er nog een andere dienstbode bij het gezin: Johanna Maria Tilburgs, afkomstig uit Eindhoven en geboren in Bergeijk. Zij is een zus van Piet en Frans Tilburgs, die al eerder naar Amsterdam zijn gekomen. Het is waarschijnlijk dat Johanna Tilburgs ervoor heeft gezorgd dat haar broer Anton in zijn vrije tijd als tuinman ging werken voor de familie Luijkx. Zo heeft hij zijn toekomstige vrouw, Theodora Scholten leren kennen. In 1886 verhuist Anton met de familie Luijkx van Amsterdam naar Hilversum. Daar trouwen Anton en Theodora op 2 februari 1887. Ook Johanna Maria Tilburgs verhuist mee naar Hilversum. In 1889 trouwt zij in Gestel en Blaarthem (later gemeente Eindhoven) met Johannes Vincentius Gubbels. Zij overlijdt in 1929 in Eindhoven.

Afbeelding: Hilversum 1895
Terug naar boven

1884     Cornelis Tilburgs (1860-1909), Frater Sylvester, kwartiermaker van het nieuwe internaat in Reusel.

Cornelis Tilburgs verhuist eind 1877 als 17-jarige timmerman van Bergeijk naar Eindhoven. Daar wordt hij zilversmid. In 1883 verhuist hij naar Tilburg, waar hij als frater-onderwijzer intreedt bij de Congregatie der Fraters van Tilburg. Omdat hij op Cornelius Gesticht in Reuselde laatste dag van 1860 is geboren, wordt zijn naam frater Sylvester. In 1884 bouwen de Fraters van Tilburg in het Brabantse dorp Reusel een Instelling van Weldadigheid met de naam “St. Cornelius Gesticht”. De instelling heeft als doel: “Katholieke behoeftige jongens-wezen, uit alle oorden van Nederland, die te hunner plaatse niet kunnen worden opgenomen, tot brave Christenen en nuttige leden der maatschappij te vormen, zoo dat zij bij het verlaten van het Gesticht geschikt zijn om met vrucht eenig ambacht aan te leeren.”

“Waren wij als melk uit Tilburg vertrokken, wij zouden als boter in Reuzel zijn aangekomen.”

Begin september 1884 is het Fraterhuis gereed. In “Honderd jaar fraters in Reusel, 1884-1984” lezen wij: “Op 10 september 1884 kwamen dan de eerste fraters is Reusel. Het waren frater Eligius (Joannes Janssen, voor de keuken), frater Georgius (Petrus van Laarhoven) en frater Sylvester (Corn. Tilburgs). Voor frater Georgius stond het toen al vast, dat hij wezenvader zou worden. Deze drie werden vooruitgezonden om voor zichzelf en hun medebroeders, die hen na twee dagen zouden volgen, alles zoveel mogelijk in gereedheid te brengen." "Zij begaven zich per rijtuig van het Moederhuis te Tilburg naar Hilvarenbeek, vanwaar zij de reis per pedes apostolorum voortzetten tot Lage Mierde. Aldaar werden zij met het karretje van den Zeereerw. Heer Pastoor afgehaald. vermoeid van de wandeling zetten zij zich in het voertuig neder. Doch nauwlijks had het paard internaatReusel2eenige stappen gedaan of het schokken nam een aanvang en de reizigers liepen gevaar van in de hei zeeziek te worden. “Waren wij”, zoo sprak een hunner, “als melk uit Tilburg vertrokken, wij zouden als boter in Reuzel zijn aangekomen.” De hartelijke ontvangst en het gulle onthaal, hun door den ZeerEerw. Heer Pastoor bereid, deed hen echter spoedig de doorgestane moeilijkheden vergeten en menige toast werd op de nieuwe stichting uitgebracht."

pastoor Van der WeeOp 15 september 1884 wijdt pastoor Van der Wee het fraterhuis officieel in. De inzegening van de kapel volgt een dag later. Ter gelegenheid daarvan wordt een processie georganiseerd. Frater Sylvester is één van de twee acolieten, die samen met de drager van het kruis vóór de processie uitlopen. Frater Sylvester blijft twee jaar in het fraterhuis in Reusel. Daarna woont hij achtereenvolgens in kloosters in Oss, Grave, Goirle, Tilburg, opnieuw Grave, Arnhem en Sint. Michielsgestel. Van 1905 tot 1909 verblijft hij weer in Reusel. Op 8 september 1909, kort voor zijn dood op 48-jarige leeftijd, keert hij terug naar het moederhuis van zijn congregatie in Tilburg.


Bronnen: "Honderd jaar fraters in Reusel, 1884-1984.", Bevolkingsregisters.
Foto: pastoor Franciscus Fredericus Laurentius van der Wee (1822-1906).
Terug naar boven

1884     Acht jaar tuchthuis voor Hendrikus Tilburgs (1859-1934).

Op 15 september 1884, 's avonds tegen negen uur, begeven Hendrikus Tilburgs (25) en zijn vriendin Adriana Kuijken (22) zich naar de woning van Hoeks in Bergeijk. Zij willen trouwen en hebben daarvoor al toestemming gevraagd aan de vader van Adriana, maar vanwege geldgebrek kunnen zij hun plannen niet realiseren. Daarom zoeken zij mogelijkheden om aan geld te komen. Adriana komt regelmatig bij de 1884HendrikusTilburgs 1884AdrianaKuijken kinderen Hoeks, Maria, Helena en Petrus, en weet dat zij in hun gezamenlijke woning geld bewaren in een kist met kleren en linnengoed. Op de avond van 15 september is Petrus Hoeks op bezoek bij de buren. Zijn zusters hebben de voordeur alleen op de klink gesloten. Zij hebben het licht uitgedaan en liggen in de bedstede. Helena slaapt al, Maria is nog wakker. Onderweg naar Hoeks snijdt Hendrikus de stam van een denneboompje af om die als knuppel te gebruiken. Nadat hij de woning is binnengedrongen loopt hij onmiddellijk naar de bedstede en begint zonder een woord te spreken met de knuppel te slaan. De bedgordijnen scheuren en Maria, die op haar linker zij ligt, probeert het geweld af te weren en krijgt enkele rake slagen op haar rechter arm en hand. Zij schreeuwt om hulp, waarop Hendrikus haar bij de keel grijpt. In het donker kan zij niets onderscheiden, maar zij merkt dat Helena is wakker geschrokken en de knuppel uit de handen van haar aanvaller heeft weten te rukken. Deze grijpt nu zijn mes en steekt en snijdt Maria in haar linker arm. Ondertussen sleept Adriana de kist, die onder het raam staat, naar buiten. Maria en Helena horen dat de dorsvlegels, die tegen de kist stonden, omvallen en dat de onbekende indringer zich naar buiten spoedt. Helena springt uit bed en snelt door de achterdeur naar de buren om haar broer te waarschuwen. Als zij terugkeren in de woning en het licht hebben aangedaan vinden zij Maria half bewusteloos en hevig bloedend. De knuppel ligt voor de bedstede. De kist is verdwenen. Als eerste hulp legt Petrus een natte kalfsmaag op de verwonde arm en knoopt daar een doek om. De volgende dag wordt Maria onderzocht door geneesheer Gyrath. Op de rechter arm constateert hij een blauwe plek van vier centimeter met een zwelling. Op de linker arm ziet hij ter hoogte van de elleboog een snee van zes centimeter lang en een halve centimeter diep. In de linker bovenarm, bij de elleboogsholte, is een gestoken wond van vier centimeter lang en twee centimeter diep. Het mes is tot op het bot doorgedrongen en heeft hevige bloedingen veroorzaakt. De geneesheer stelt op basis van de houding van Maria tijdens het misdrijf en de aard van de verwonding vast dat deze niet per ongeluk of bij toeval kan zijn toegebracht. De bloeding had levensgevaarlijk kunnen strafgevangenis Leeuwarden 1884 Haarlems Dagblad zijn als hij niet op tijd was gestelpt. Hendrikus en Adriana dragen de kist samen een eind in de richting vanwaar zij zijn gekomen. Na even uitgerust te hebben draagt Hendrikus hem verder alleen tot bij een houtwal, ongeveer 600 meter bij het huis van Hoeks vandaan. Tevergeefs proberen ze daar de kist te openen, maar verschrikt door rumoer uit de woning van Hoeks laten zij hem achter. Overigens bevat de kist geen geld. Op aanraden van hun broer hebben de zusters Hoeks dat ergens anders opgeborgen. De sporen van het misdrijf leiden al snel naar Hendrikus Tilburgs en Adriana Kuijken. Op 19 september worden zij gearresteerd en overgebracht naar het Huis van Arrest in 's-Hertogenbosch. Bij binnenkomst wordt hun signalement beschreven. Hendrikus is een boerenknecht. Hij is 1,62 lang, heeft bruine ogen en wenkbrauwen en heeft een gezonde kleur. Hij kijkt scheel. Dit is het gevolg van een ruzie in 1881, waarbij hij met een mes aan het rechteroog gewond is geraakt. Hij vrouwengevangenis van Gorinchemheeft lager onderwijs genoten en kan schrijven. Adriana is 1,53 lang, heeft blauwe ogen en blond haar. Zij heeft een gezonde kleur en geen bijzondere kenmerken. Ook zij heeft lager onderwijs genoten en kan schrijven. Beiden gedragen zich goed tijdens hun verblijf in het Huis van Arrest. In afwachting van hun berechting worden zij op 19 november overgebracht naar het Huis der Justitie in 's-Hertogenbosch. Op de dag voor Kerstmis, op 24 december 1884, wordt het vonnis geveld. Hendrikus Tilburgs wordt veroordeeld tot acht jaar tuchthuis. Op 31 december wordt hij op transport gesteld naar de strafgevangenis in Leeuwarden. Adriana Kuijken wordt veroordeeld tot vijf jaar tuchthuis. Zij zit haar straf uit in de strafgevangenis van Gorinchem. Hendrikus gedraagt zich erg goed tijdens zijn hechtenis. Hij is helper van de kok. Op 25 september 1892 wordt hij vrijgelaten, waarna hij zich naar Oss begeeft om zijn uitgaanskas in ontvangst te nemen. Ook Adriana gedraagt zich erg goed. Zij is in de gevangenis belast met naaiwerk. Niettemin moet zij haar straf tot op de dag volledig uitzitten, zonder dat rekening wordt gehouden met de periode van voorarrest: zij wordt op 24 december 1889 vrijgelaten en reist naar Bergeijk om haar uitgaanskas in ontvangst te nemen. Bij hun invrijheidstelling worden portretfoto's gemaakt, die als bijlagen worden opgenomen in het Geheim Register van Ontslagen Gevangenen. Deze foto's staan aan het begin van dit artikel.


Foto's: Strafgevangenis Leeuwarden en de vrouwengevangenis van Gorinchem (1970) Tekst in kader: Haarlems Dagblad van 24 september 1884.
Terug naar boven

1884     Antonetta Tilburgs (1847-1920), Pierre Cuypers en Vincent van Gogh.

Antonetta Tilburgs werd in 1847 geboren als vijfde kind van een gezin dat uiteindelijk veertien kinderen zou tellen. Daarvan zouden er dertien de volwassen leeftijd bereiken. Netje ging aan 't werk als dienstmeisje. In 1866 verhuisde zij daarvoor naar Valkenswaard. Vermoedelijk ging zij vandaar naar Antwerpen, vervolgens op 6 september 1873 naar Woensel en op 5 maart 1875 naar Eindhoven. In 1879 was zij in dienst van Antonius Petrus Hermans (1822-1897) in Eindhoven.

Antoon HermansPierre CuypersAntoon Hermans was een zeer geslaagde goudsmid. Hij was getrouwd met Johanna Maria Smits, telg uit een Eindhovense brouwersfamilie. Zij overleed in 1879. Antoon had inmiddels een grote kunstcollectie opgebouwd. Hij was een vrijgevig man: enkele keren verkocht hij stukken uit zijn collectie en gaf de opbrengst aan de armen. Ook schonk hij een deel van zijn collectie aan het Rijksmuseum in Amsterdam. In 1880 gaf hij aan zijn vriend, de architect Pierre Cuypers, opdracht om voor hem een huis te bouwen aan de Keizersgracht in Eindhoven. Cuypers bouwde niet alleen talloze kerken in Nederland, maar ook het Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam. Antoon was zich inmiddels Antoon Hermans Smits gaan noemen en liet de letters HS als muurijzers op de voorgevel van zijn huis aanbrengen. Hij noemde het "Rust na arbeid". Het staat nog aan de Keizersgracht 15 in Eindhoven.

In 1884 besloot Antoon Hermans om de eetkamer van zijn nieuwe huis te verfraaien met wandpanelen. Hij was zelf een redelijk begaafde amateurschilder en had al 12 panelen zelf geschilderd. Bij zijn verfleverancier, Jan Baijens, was hij in contact gekomen met ene Vincent van Gogh, die in Nuenen woonde. Hermans stelde Van Gogh voor om voor hem zes religieuze afbeeldingen te maken, die hij dan zelf op grotere schaal op de panelen in zijn eetkamer zou naschilderen. Vincent vond dat geen goed idee. In augustus 1884 schreef hij aan zijn broer:

Vincent van GoghWaarde Theo, (...) Verleden week ben ik dagelijks op 't veld bij den korenoogst geweest, waarvan ik nog eene compositie gemaakt heb. Dit maakte ik voor iemand in Eindhoven, die eene eetzaal wenscht te decoreeren. Hij wilde dit doen met composities van diverse heiligen. Ik gaf hem in bedenking of een 6-tal voorstellingen uit het boerenleven van de Meierij - tevens de 4 jaargetijden symboliseerende - niet meer den appetijt der brave menschen die aldaar aan tafel moeten komen zitten, zou opwekken, dan de mystieke personages hierboven genoemd. Nu is de man daar warm op geworden na een bezoek op 't atelier. Maar hij wil zelf die vakken schilderen en zal dat lukken? (Doch ik zou in reductie de composities ontwerpen en schilderen.) 't Is een man dien ik zoo mogelijk wil te vriend houden - een gewezen goudsmid, die tot 3 maal toe eene zeer aanzienlijke collectie antiquiteiten heeft verzameld en verkocht. Nu rijk is en een huis heeft gezet dat hij weer vol antiquiteiten heeft, en meubileert met sommige heel mooie eikenhouten kasten, etc. De plafonds en muren decoreert hij zelf, en werkelijk goed soms. Maar in de eetzaal wil hij bepaald schilderwerk hebben, en is begonnen 12 paneelen met bloemen te schilderen.

Vincent van GoghIn dit rijkingerichte huis werkte Antonetta Tilburgs dus als dienstmeid en omdat Pierre Cuypers en Vincent van Gogh daar een tijd regelmatig op bezoek kwamen, moet zij ze persoonlijk  hebben gekend.

Antonetta's werkgever, Antoon Hermans, overleed onverwacht tijdens een bedevaart naar Roermond in 1897. De originele tekeningen van Van Gogh zijn daarna deels bewaard gebleven. Antonetta kreeg de door Hermans nageschilderde panelen. Volgens de overlevering heeft zij ze uiteindelijk verkocht Het is niet bekend waar ze zijn gebleven. Misschien hangt er een in een bruine kroeg in de buurt van Eindhoven, maar waarschijnlijker is dat ze verloren zijn gegaan.

Antonetta woonde op het eind van haar leven (1920) op Keizersgracht 14, samen met haar zus Francisca, die dienstmeid bij een pastoor was geweest. Volgens de overlevering zat deze tante Cis er warmpjes bij. Dat is niet vanzelfsprekend voor een dienstmeid. Misschien heeft zij via haar zus nog geprofiteerd van de vrijgevigheid van de Eindhovense goudsmid Antoon Hermans.


Bronnen:
Anton Hermans en Van Gogh, website van Peter Nagelkerke.
Anton Hermans en Pierre Cuypers, website van Peter Nagelkerke.
Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. (www.dbnl.org)
Terug naar boven

1892     Anton Tilburgs (1856-1944) ontsnapt aan de dood.


trompenberg
Op 8 oktober 1892 werkt Anton Tilburgs aan de aanleg van een 12 meter diepe waterput op de Trompenberg bij Hilversum "toen plotseling door de persing van losschietend zand de kuipen tot duigen ineengedrukt werden en de ongelukkige arbeider onder den nederploffenden aardhoop levend werd bedolven. (...). Antonius Tilburgs (1856-1944)Een algemeene ontzetting maakte zich van zijn makkers meester bij dit noodlottige ongeval. Van links en rechts kwamen verschrikte buren en voorbijgangers toesnellen en weldra was de tijding van het gebeurde door het gansche dorp verspreid. (...). Niemand twijfelde er aan dat de 36-jarige Antonius Tilburgs, een gehuwd man en vader van vier jonge kinderen, als lijk opgehaald zou worden. Tilburgs zelf echter had het bovenlijf vrij en kon hoofd en armen vrij bewegen. Zijn eerste werk was te rukken aan het touw en zich heesch te schreeuwen, waarop echter geen reactie kwam." Na drie dagen van spanning, noeste arbeid, hoop, vertwijfeling en uitputting wordt Anton bevrijd door Cornelis van Rheenen, die zijn leven waagde door diep in de put af te dalen.  Het ongeluk trekt enorm veel aandacht in de plaatselijke en landelijke pers. Er is zelfs een stichtelijk verhaal over opgenomen in een leesboekje voor de jeugd met de titel "De held".

Kerklaan 9 HilversumCornelis van RheenenNa een geldinzameling onder de Hilversumse bevolking en giften uit heel Nederland krijgen zowel Anton Tilburgs als Cornelis van Rheenen een huis en geschenken aangeboden. Het huis van Anton Tilburgs staat nog steeds op de Kerklaan 9 (zie foto). Ook het huis van Cornelis van Rheenen bestaat nog steeds, zij het dat het door verbouwingen erg van uiterlijk is veranderd. In de gevel van het huis van Van Rheenen werd een steen aangebracht met de volgende inscriptie:


Van Rheenen's moed en vlijt,
gezegend door Gods hand,
heeft Tilburgs weer bevrijd,
bedolven onder 't zand.
Men schonk hem voor deez' daad
dit huis dat voor u staat.

Honderd jaar na de redding ontmoeten nakomelingen van Van Rheenen en Tilburgs elkaar en schrijft drs. Fred Repko een uitvoerig gedocumenteerd artikel in "Eigen Perk", een uitgave van de Hilversumse Historische Kring "Albertus Perk". Zie hiervoor:
Over een zandheer en een suisse, deel 1
Over een zandheer en een suisse, deel 2

Tekening van de redding in het Algemeen Nederlandsch Politieblad (1892)
Portretfoto boven: Anton Tilburgs
Portretfoto beneden: Cornelis van Rheenen.

Terug naar boven

1898     De verdrinking van Arnoldus Tilburgs (1844-1898).


Op vrijdag 4 november 1898, om 11.00 uur 's ochtends overlijdt in Woensel de 53 jarige sigarenmaker Hendrikus Verhuijzen, de echtgenoot van Wilhelmina Tilburgs. Arnoldus, een broer van Wilhelmina, vertrekt op zondag 6 november vanuit Bergeijk om in Woensel de begrafenis van zijn zwager bij te wonen. Hij zou daar echter nooit aankomen.

De familie Tilburgs uit Bergeijk plaatst op 12 november 1898 een oproep in de Meierijsche Courant:
VERMIST Zondag avond A.T., van Bergeijk, middelmatige lengte, bruine oogen, grijs haar en grijzende ringbaard, gekleed in donkerbruine overjas met zwart laken jas en vest en zwart gestreepte broek. Die inlichtingen omtrent den vermiste kan geven zal eene goede belooning genieten. GEZ. TILBURGS,

In dezelfde editie ven de Meierijsche Courant verschijnt het volgende bericht: "Er wordt hier veel gesproken over een persoon uit Bergeijk, Tilburgs genaamd, - ook van hem is een berichtje, ons heden uit Bergeijk toegezonden - van wien men vermoedt, dat hij Zondag avond op de een of andere wijze in de Dommel te water geraakt en verdronken is. Er worden reeds allerlei praatjes uitgestrooid, waarmede men echter wel voorzichtig mag zijn, daar het vermoeden voor de hand ligt dat de ongelukkige op jammerlijke wijze, zonder iemand schuld, te water is geraakt. Er wordt druk gezocht naar den verdwenen man, doch tot thans toe - Vrijdag avond - heeft men het lijk nog niet gevonden. Wel echter houdt men zich algemeen overtuigd, dat de ongelukkige op het einde der Dommelstraat, waar men Zondag avond verschrikkelijke hulp- en noodkreten gehoord heeft, in 't water terechtgekomen en verdronken is."

Onder de kop "Gerheimzinnig" weet het Utrechts Nieuwsblad op 15 november het volgende te melden: "Omtrent den vermisten Tilburgs, uit Bergeijk, is nader bekend geworden, dat hij Zondagavond met den trein die te 9,59 uit Valkenswaard te Eindhoven aankomt, is mede gekomen. Sedert werd niets meer van hem vernomen. Men heeft dienzelfden avond te ongeveer 11 uur ter hoogte van de spoorbrug over de rivier De Dommel hulpgeroep gehoord, eenige spoorwegbeambten zijn toen zelfs met lantaarns gaan kijken, zonder iets te ontdekken. Ofschoon de spoorbrug niet in de richting ligt, door T. te volgen om naar Woensel te komen, bracht men dit in verband met diens verdwijning. Men heeft nu op deze hoogte De Dommel afgedregd, tot nu toe echter zonder resultaat."

In de Meierijsche Courant van 23 november 1898 lezen we: "Eindhoven. Woensdag 23 november 1898. Gewaarschuwd door het vinden van den hoed des drenkelings, Arnoldus Tilburgs van Bergeijk, die hier ruim veertien dagen geleden spoorloos verdween, in het kanaal, ging men Maandag daar aan 't zoeken en Dinsdag namiddag werd het lijk opgevischt in de haven. Er waren geene teekenen van een geweldigen dood te bespeuren. Het lijk is naar de gemeente Stratum overgebracht, op wier gebied het gevonden werd, om dan gekist naar Bergeijk te worden overgebracht."

De Nieuwe Tilburgsche Courant van 24 november 1898 noemt nog enkele bijzonderheden: "De verdronkene droeg nog een portemonnaie bij zich met f. 1,34. Zijn tabakszak had hij nog in de hand, toen hij werd opgevischt."
Terug naar boven

1900    Petrus Bernardus Tilburgs (1849-1900) verongelukt.


Petrus Bernardus Tilburgs 1849-1900Utrechtsedwarsstraat 149 AmsterdamPeter was één van de zonen uit het grote gezin Tilburgs-Kloots, die Bergeijk verlieten om in Amsterdam in de bouw te gaan werken. Binnen Amsterdam verhuisde hij met zijn groter wordend gezin regelmatig naar een andere woning. (Zie Kroniek 1880). In het jaar 1900 woonde hij in de Utrechtse Dwarsstraat 149* (foto rechts).  Vandaar ging hij op 22 augustus naar de Prins Hendrikkade om jaloezieën aan de gevel van een huis te bevestigen. Hij stond op een stijger ter hoogte van de tweede verdieping toen hij ten val kwam en in de ruimte vóór de ingang van de kelder stortte. Een toevallig voorbij komende dokter kon niets meer voor hem doen. Peter werd naar het Binnengasthuis gebracht, waar hij 's middags om half één overleed. Vier dagen later, op z'n 51e verjaardag, werd hij begraven. Zijn vrouw bleef achter met vijf kinderen in de leeftijd van negen tot twintig jaar.
Prins Hendrikkade omstreeks 1900

 

* In het kader van een woningruil werd dit pand in 2012 gekocht door Youp van 't Hek, die het spoedig daarna weer te koop zette.



Bronnen:
De Tijd, 27 augustus 1900
Het Volk, 28 augustus 1900




Terug naar boven

1905     In dienst van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger

KNILHet Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) was het Nederlandse koloniale leger. Het heeft officieel bestaan van 1814 tot 1950. Het viel niet onder het Ministerie van Oorlog, zoals het reguliere leger, maar onder het Ministerie van Koloniën. Het bestond uitsluitend uit beroepsmilitairen. Tot 1909 werden militairen voor de koloniën ingeschreven bij de kazerne in Harderwijk. Daarna gebeurde dat in Nijmegen.

Franciscus Johannes Tilburgs werd op 26 april 1885 in Amsterdam geboren als zoon van Franciscus Hermanus Tilburgs en Rijkje de Zwart. Op 29 december 1904 werd Frans goedgekeurd voor militaire dienst. Op 6 februari 1905 schreef hij zich in Amsterdam vrijwillig in als soldaat bij het leger “zoowel in als buiten Europa” voor een periode van zes jaar, die de volgende dag inging. Hij kreeg daarvoor een premie van driehonderd gulden. Dat was ongeveer het jaarsalaris van een arbeider. In het verleden werd dat bedrag meteen in zijn geheel uitgekeerd met als gevolg dat het binnen korte tijd werd verbrast bij de horeca en aanverwante dienstverlening. Frans kreeg vijftig gulden meteen uitbetaald en tweehonderdvijftig gulden werd gestort op een rekening van de Rijkspostspaarbank. Op 27 mei werd hij uitgezonden naar Oost Indië en stapte hij in Rotterdam aan boord van het stoomschip “Goentoer”. Op 1 juli kwam hij aan in Batavia en werd hij geplaatst bij het 3e Depot Bataljon. Op 30 augustus 1905 ging hij naar het 13e Bataljon Infanterie en op 4 februari 1906 naar het rechterhalf (1) 15e Bataljon Infanterie. Dit bataljon werd ingezet om het Nederlandse gezag op het zuidelijk deel van het eiland Celebes te vestigen. Frans nam in 1907 deel aan de krijgsverrichtingen op het eiland. Daarvoor kreeg hij het “Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven 1905-1908 Zuid Celebes”. Dat was een algemeen ereteken met daaraan bevestigd een plaatje, in dit geval met de tekst “1905-1908 Zuid Celebes”.

eretekenOp 27 december 1910 werd hij “bestemd om onverwijld naar Nederland te worden opgezonden” wegens eindiging van zijn dienstverband. Hij was niet genegen om zijn dienstverband te verlengen. Als hij dat had gewild, zou hij opnieuw voor zes jaar hebben kunnen tekenen. Op 3 januari 1911 werd “ter opzending naar Nederland overgegaan bij het Subsistenten Kader (2) te Batavia.” Twee dagen later ging hij aan boord van het stoomschip “Wilis”. Op 3 februari 1911 kwam hij aan in Rotterdam. Slechts vier dagen na zijn ontscheping in Rotterdam, op 7 februari 1911, tekende hij opnieuw voor een periode van twee jaar bij de Koloniale Troepen. Deze keer kreeg hij een premie van honderd gulden waarvan vijfenzeventig gulden direct naar de Rijkspostspaarbank ging. Op 8 juli vertrok hij naar Oost Indië met het stoomschip “Vondel”.

Johannes Hubertus Tilburgs werd op 2 november 1883 in Helmond geboren als zoon van Peter Johannes Tilburgs en Maria Godefrida van den Reek. Bij de keuring was hij 1,675 meter groot en had “merkbare teekenen” aan de linkerwang en boven het linker oog. In 1902-1903 had hij zes maanden in de gevangenis gezeten wegens mishandeling van zijn eigen vader. In 1905-1906 zat hij negen maanden vast wegens “wederspannigheid”. Geen lieve jongen dus.

Op 23 januari 1909 verbond hij zich vrijwillig voor zes jaar als soldaat bij de Koloniale Troepen “zoowel in als buiten Europa”. Zijn tijd ging op 27 januari in. Als premie kreeg hij een bedrag van tweehonderd gulden. Op 27 januari 1915 tekende hij voor vier jaar bij als werkman 1e klasse der Genie. Op 27 januari 1919 tekende hij opnieuw bij, nu voor twee jaar. En op 27 januari 1921 werd hij voor de derde keer “gereëngageerd” nu voor drie jaren en vier en dertig dagen.

Johannes Hubertus heeft dus ruim vijftien jaar als brigadier werkman der Genie gediend bij het KNIL. Daarom had hij recht op een voortdurend pensioen van ƒ 588,- per jaar. Dat werd hem op 4 februari 1924 verleend bij beschikking van de legercommandant. Hij kreeg ook een certificaat van goed gedrag.

Rond de tijd dat hij afzwaaide als militair kreeg Johannes Hubertus in Indonesië een dochter. Want op 4 februari 1940 overleed te Soerabaja Johanna Maria Tilburgs, zestien jaar oud, geboren op Ternate (een eiland in de Molukken), dochter van Johannes Hubertus Tilburgs en Katima. Haar vader was toen al overleden. Haar moeder Katima woonde in Kedoeroes, vlakbij Soerabaja.(3)

1.  Het 15e Bataljon was opgesplitst in een Linkerhalf Bataljon en een Rechterhalf Bataljon, die als zelfstandige corpsen functioneerden.
2.  Het Subsistenten Kader was een reserve-onderdeel waarin manschappen tijdelijk werden ondergebracht.
3.  Bron: Genealogisch Onderzoeksbureau Roosje Roos, internet.

Terug naar boven

1908     Wilhelmina Tilburgs (1888-1987) met lauweren bekroond.


Wilhelmina Arnoldina Petronella Josephina Tilburgs 1888-1987De Meierijsche Courant van zaterdag 15 februari 1908 publiceert het volgende bericht: "Valkenswaard. Was de tooneelvereeniging "de Vriendschap" alhier gevestigd in het Café van den heer J. Jansen-Jaspers vernemens om morgen haren aangekondigden wedstrijd te geven in duetten, thans kan wegens ziekte van een paar executanten deze wedstrijd niet doorgaan. Om het publiek en honoraire leden toch eene genotvollen avond te verschaffen, heeft deze vereeniging thans voor morgenavond geëngageerd de heeren Th. S., F. T. en mejuffrouw Wilha. Tilburgs. Zijn genoemde heeren op verschillende wedstrijden met medailles bekroond, ook mej. Wilha. trad eveneens uit een wedstrijd èn door de jury èn door het publiek met lauweren bekroond. Hare gracieuse verschijning op het tooneel inspireert terstond het publiek, terwijl zij over een welluidend ongedwongen stemorgaan beschikt. Wij twijfelen dan ook geenszins of genoemde vereeniging zal met het engageeren van dit trio ruimschoots succes inoogsten."

In 1911 publiceert De Echo het volgende bericht:
Sint Oedenrode 8 januari. "Voor eene overvolle zaal werd heden de 1e wedstrijd in duetten gehouden, waaraan door zeven paren werd deelgenomen en die uitgeschreven was door de fanfare "Nos Jungit Apollo". (...) De 3e prijs viel ten deel aan mej. en mijnh. W. en F. Tilburgs te Eindhoven, die "Een schrijver in angst" vertolkten. (...) Het publiek heeft zich kostelijk geamuseerd en zal zeker bij den 2e wedstrijd over 14 dagen niet minder talrijk aanwezig zijn. (...)"

Toelichting

De heer F. Tilburgs is zeer waarschijnlijk Wilhelmina's jongere broer Frans Tilburgs (1889).

"Een schrijver in angst" is een komisch duet, vol met misverstanden en pijnlijke situaties, rond 1900 geschreven door Solser & Hesse, die wel gezien worden als de voorgangers van Snip & Snap. Zie Titelpagina "Een schrijver in angst".
Terug naar boven

1909     Het huwelijk van Hein Tilborghs (1882-1961) en Lies Larmit (1882-1949).


echtpaar Tilborghs Larmit"Bergeijk, 2 juni. Gisteren bracht onze fanfare "Echo der Kempen" eene serenade bij haar werkend lid den Heer H. Tilburgs, die zich op dien dag in het huwelijk had begeven met Mej. L. Larmit. Bij afwezigheid van den president hield de vice president de WelEd. Heer S. W. Aarts eene passende toespraak tot bruid en bruidegom. De bruidegom bedankte voor de woorden tot hen gesproken en voor de eer welke het gezelschap hun had bewezen.Stephanus Willebrordus Aarts De leden werden flink getrakteerd aan het huis des bruidegoms en daarna bij F. Tilburgs, alwaar den geheelen avond genoegelijk onder elkander werd doorgebracht."

De vice-president, die het bruidspaar toesprak, was Stephanus Willebrordus Aarts 1831-1916 (foto rechts). Hij was in 1887 één van de oprichters van de Harmonie. Na de serenade en de traktaties werd het feest voortgezet bij F. Tilburgs. Bedoeld is Frans Tilborghs (1880-1947), de eigenaar van Café De Postduif waar feesten, maar ook officiële gebeurtenissen zoals veilingen plaats vonden. Zie Kroniek 1928 en Kroniek 1957.

Bron: De Meierijsche Courant
Terug naar boven

1913     Hein Tilborghs (1882-1961) begint sigarenfabriek.


Hein Tilborghs (1882) richt een sigarenfabriek op onder de handelsnaam J.H. Tilborghs & Zn., gevestigd te Bergeijk ’t Hof. Op 4 oktober 1923 laat hij zijn bedrijf inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te Eindhoven. In 1939 bedraagt de productie 290.000 sigaren.
sigarenfabriek Tilenzomatteermolenetiket van Tilenzo sigaren12,5 jaar TilenzoFoto rechtsboven: Poederkist (matteerkist), bouwjaar ± 1935, afkomstig uit de sigarenfabriek van Hein Tilborghs, door zijn kleinzoon Ad Tilborghs geschonken aan het Valkerij en Sigarenmakerij Museum in Valkenswaard. De kist bestaat uit een aantal verticale vakken, waarin sigaren worden geplaatst, en een reservoir onderin, waarin de poeder van de poedermolen wordt gedaan. Het reservoir is afgedekt met een geperforeerde plaat. De vakken voor de sigaren zijn instelbaar op de lengte van de sigaren. De sigaren worden bevochtigd met een oplossing van alcohol en water en in de kist geplaatst. Na het sluiten van het deksel wordt een borgpen, onderin de kist, uitgenomen en de kist met een handwiel rondgedraaid. De poeder verdeelt zich hierdoor en blijft kleven aan de bevochtigde sigaren. Na het draaien valt de resterende poeder weer terug in het reservoir. De kist moet even rust krijgen na het draaien, om de stofontwikkeling van de poeder te laten dalen. Hierna kunnen de sigaren uitgenomen worden. Dit alles werd gedaan om sigaren, die opgelapt waren of niet op kleur waren, te voorzien van een mooie, gelijke kleur.

Zie het uitgebreide (Artikel) van zijn kleinzoon Ad Tilborghs.

Bron: Valkerij en Sigarenmakerij Museum, Valkenswaard.
Foto rechtsonder: W.C. Jacobs 12 ½ jaar bij Tilenzo. Onder vlnr: Frans Tilborghs (1912), Sjef Theuws (1924), Lenard Tilborghs (1921), Peer Larmit (1920). Staand vlnr Franske Hoeks (1876), Harrie Tilborghs (1912), Pietje van der Heijden (1895), Wil Jacobs (1902), Hein Tilborghs (1882), Sjef Tilborghs (1912). De foto is gemaakt in 1941.

Terug naar boven

1914     Bedrijfsongeval van Franciscus Tilburgs (1866-1951).

Franciscus TilburgsBegijnenhof EindhovenFrans Tilburgs verdiende zijn inkomen met verschillende activiteiten: in 1899 was hij stadsomroeper van Eindhoven, maar hij vond dat hij daarvoor te weinig werd beloond en vroeg daarom salarisverhoging aan de gemeenteraad van Eindhoven. In de Peel- en Kempenbode van 7 maart 1900 lezen we:

Request van den Stadsomroeper
De heer Fr. Tilburgs, stadsomroeper, verzoekt den Raad hem een vast salaris van f. 10 's jaars toe te kennen voor de omroepingen. Thans geniet hij voor elke omroeping f. 0,30 ; hetwelk hem in 1899 eene verdienste gaf van f. 6. Hij wenscht dus eene verhooging van f. 4 's jaars althans dat de Raad besluite hem een jaarlijks tractement van f. 10 toe te leggen. De heer Vissers wil er de voorwaarde aan verbonden zien, dat de omroeper dan ook steeds ter beschikking moet zijn om zijne functie uit te oefenen. Onder deze voorwaarde dan wordt aan Fr. Tilburgs eene jaarlijksche bezoldiging van f. 10 toegekend.

Amateur-toneelspeler
In zijn vrije tijd was Frans "amateur-tooneelspeler". Op zondagavond 16 september 1906 gaf de toneelvereniging Oefening en Uitspanning haar winteruitvoering in een koffiehuis in Stratum. Bij die gelegenheid kreeg Frans Tilburgs een zilveren medaille als herinnering aan zijn 25-jarig jubileum als amateur-toneelspeler.

Bedrijfsongeval
In 1914 kreeg Frans een bedrijfsongeval. In De Meierijsche Courant lezen we:
"Zaterdag 10 Januari 1914. Een ander ongeluk had de schilder F. Tilburgs van het Begijnenhof alhier. Terwijl hij te Stratum gisteren doende was met het schilderen van dakgoten brak de bovenste trede van den ladder, waarop de man stond en kwam hij zoo ongelukkig terecht dat hij op zijn enkel viel. Ook klaagde hij over inwendige pijnen. Tilburgs, die door Dr. Kramer behandeld werd en naar het liefdehuis alhier vervoerd, is met z'n beroep niet zeer gelukkig. In December was 't pas vier jaar geleden, dat hij eveneens bij een val beide enkels brak en langen tijd in gipsverband moest liggen. Hij is gehuwd en vader van een talrijk gezin."


Foto: Begijnenhof Eindhoven
Terug naar boven

1914    Cornelis Tilburgs (1890-1977) gemobiliseerd op Fort Pampus.


De mooie zomer van 1914 wordt op 28 juni ruw verstoord door de pistoolschoten waarmee de Servische nationalist Gavrilo Princip een einde maakt aan de levens van de Oostenrijkse troonopvolger Frans Ferdinand en diens vrouw. Aanvankelijk lijkt het alsof deze aanslag geen Fort Pampuspolitieke gevolgen heeft. Maar op 23 juli stelt de Oostenrijkse regering Servië een ultimatum waaraan het land niet kan voldoen. Cornelis Tilburgs (1890-1977)Binnen enkele dagen mobiliseren beide landen hun militairen. Door het ingewikkelde netwerk van onderlinge militaire verdragen lopen de spanningen in Europa binnen een week hoog op. De Eerste Wereldoorlog is een feit. Op vrijdag 31 juli besluit de Nederlandse regering tot een algemene mobilisatie, die de volgende dag begint. Ook Cornelis Tilburgs wordt op 1 augustus opgeroepen. Op 4 maart 1910 wordt Cor ingedeeld als milicien kanonnier bij het Korps Pantserfort Artillerie, detachement te Muiden, 4e Compagnie. Van 30 november 1910 tot 10 maart 1911 gaat hij met groot verlof, evenals in de perioden van 24 juni 1911 tot 18 augustus 1913 en van 13 september 1913 tot de mobilisatie op 1 augustus 1914 op Fort Pampus. "Fort Pampus ligt in de Zuiderzee. Het is in de jaren 1887 tot 1895 gebouwd op een kunstmatig eiland enkele kilometers buiten de kust van Muiden. Het fort maakt deel uit van een verdedigingslinie rondom Amsterdam, bedoeld als afweer tegen het machtige Duitse keizerrijk. Duitsland had in de oorlog van 1870-1871 Frankrijk onder de voet gelopen en werkte aan een nieuw type kanonneerboot, de "Wespe". De Wespe was een goed gepantserd oorlogschip, uitgerust met zwaar geschut en gezien zijn geringe diepgang gemakkelijk in staat om de Zuiderzee op te varen. Het Nederlandse Ministerie van Oorlog vertrouwde Duitsland niet en besloot daarom tot de aanleg van de verdedigingslinie, waarvan Fort Pampus deel uitmaakte." "Het fort biedt ruimte aan 195 militairen. Het heeft twee geschutskoepels, met elk een dubbelloops kanon van 8.40 m. met een vuurafstand van acht kilometer. De granaten zijn manshoog. Daarnaast beschikt het fort over zes snelvuurkanonnen. De twee grote geschutskoepels worden gedraaid met behulp van twee stoommachines. Het fort beschikt onder meer over slaapzalen, een keuken, electriciteitsvoorziening, een bakkerij, een smederij, watertanks en opslagplaatsen voor levensmiddelen, wapens, buskruit, lege en gevulde projectielen. Door het fort is een spoorlijntje aangelegd voor de aanvoer van munitie. Rondom het fort is een ruim acht meter brede droge gracht om de vijand op een afstand te houden. De kosten van het project waren voor die tijd uitzonderlijk hoog: ƒ 1.000.000,- exclusief bewapening. Het fort wordt in 1889 in mobilisatie op Pampus 1914gebruik genomen, maar is dan al door de tijd achterhaald. De Wespe is al uit de vaart genomen en de nieuwe Duitse oorlogsschepen hebben een te grote diepgang voor de Zuiderzee." "In drie à vier dagen waren alle stellingen bezet. Ook de stelling van Amsterdam inclusief Pampus. De commandant van Fort Pampus liet in een soort enquêteformulier weten dat op de eerste mobilisatiedag, 1 augustus, om half vier 's middags alle tot zijn onderdeel behorende grootverlofgangers zich hadden gemeld, inclusief de geneeskundige dienst en het telegraafpersoneel. Tijdens de eerste dag van hun verblijf op Pampus kregen de soldaten het middageten, bereid in de koperen potten en pannen (van het fort) in twee gedeelten uitgereikt: om zes uur en om zeven uur 's avonds. Twee dagen daarvoor was het personeel van het Detachement Pantserfort-Artillerie in Muiden al aan het werk getogen om het fort in staat van verdediging te brengen. Op 31 juli was dat klaar. De fortcommandant liet weten dat de kustvuurmonden, de vuurmonden bedoeld voor het afslaan van een landing op het eiland, en de mitrailleurs in staat van paraatheid waren. De 'huishoudelijke inrichtingen', zoals de latrines en wasruimten, waren in orde op de dag dat de dienstplichtige militairen arriveerden. Die week kwam Pampus tot leven en werd er werk gemaakt van het, in verband met de tekorten, naar andere forten verzenden van overcomplete goederen, zoals karabijnen, sabels en munitie waaronder scherpe patronen." Op 3 augustus schrijft Francisca Tilburgs vanuit Hilversum een brief aan haar broer: " (.......) Wij hebben gelukkig al twee keer nieuws van je ontvangen, van morgen je briefkaart en van middag je brief. Je begrijpt dat wij er erg blij mede waren te vernemen, dat je het goed maakt en dat je tenminste op het fort blijft. Gisteren zondag zijn Cris en ik nog even in Muiden geweest zoowat om één uur waren wij er, doch daar hoorden wij van een korporaal dat je smorgens naar het fort gegaan was en daar wel zoud blijven tot de bezetting afgelopen was. Je begrijpt dat het een heele geruststelling voor ons was, want ik Fort Pampusgeloof dat je nog het beste van alles daar kunt zijn. Hier is het toch zoo 'n verschrikkelijke drukte. Vandaag gingen alle soldaten die zondag hier waren weer weg en kwamen er weer 6 duizend (zegt men) voor in de plaats. Het is een herrie en een drukte van belang en de ene maakt de andere hier bang. (.......)" Cor gaat op 3 juni 1915 over naar het detachement te Halfweg. Ruim een jaar later, 23 september 1916, gaat hij over naar het Detachement Artillerie buiten de forten te Abcoude. Op 3 november gaat hij naar Detachement Hoofddorp en op 27 december naar het Groepsstafkwartier Diemerbrug. Op 15 mei 1917 gaat hij met gewoon verlof en op 31 december 1918 eindigt zijn militiediensttijd. Hij blijft echter als landstormplichtige in werkelijke dienst totdat deze op 16 oktober 1919 eindigt ten gevolge van de demobilisatie. De straflijst van Cor is beperkt tot twee dagen kwartierarrest, op 10 juni 1911 van Compagniecommandant Bentz van den Berg, omdat hij bij het morgenappel te bed werd bevonden.

Voor meer informatie over Fort Pampus en de Stelling van Amsterdam klik op onderstaande hyperlink. Onder de rubriek "Mensen" staat informatie over Kanonnier Tilburgs. Stelling van Amsterdam

Bronnen: De beschrijving van Fort Pampus en van de gebeurtenissen tijdens de eerste mobilisatieweek zijn ontleend aan "Pampus, Geschiedenis van een fort" van Cees Pfeiffer en aan een artikel in NRC-Handelsblad van vrijdag 7 juni 1991, pag. 1 en 2.
Foto: Cornelis Tilburgs staat recht achter de accordeonspeler.
Terug naar boven

1914     Soldaten vieren Kerstfeest bij Hein Tilborghs (1882-1961).


Sinds het einde van de vereniging met België (1839) is Bergeijk weer een grensplaats. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog posteren Nederlandse troepen zich aan de grens met België, dat sinds 4 augustus 1914 door het leger van de Duitse keizer is bezet. De soldaten, die de opdracht hebben om de Nederlandse neutraliteit te kerstmis 1914 bij Hein Tilborghsverdedigen, worden ingekwartierd bij burgers in de grensplaatsen. Op 25 december 1914 vieren Nederlandse soldaten het Kerstfeest in Bergeijk bij Hein en Lies Tilborghs en hun drie zoontjes. Op de foto zien we Janus (1910) en Frans (1912). Vóór Kerstmis 1914 hebben de legers zich vanaf de Vlaamse Noordzeekust tot de Zwitserse grens ingegraven; Duitsers tegenover Belgen, Fransen en Britten, vaak amper honderd meter van elkaar, gescheiden door prikkeldraad. Met Kerstmis gebeurt er iets buitengewoons en onverwachts: Duitse soldaten houden borden omhoog met de tekst "Frohe Weihnachten". Zij nodigen hun vijanden uit om samen het Kerstfeest te vieren. De beschietingen stoppen. Het nieuws van deze wapenstilstand verspreidt zich snel door de loopgraven. Binnen korte tijd staan er kerstbomen in het niemandsland en wisselen de soldaten geschenken uit. Er wordt samen gegeten, gedronken en gezongen. Er zou zelfs een voetbalwedstrijd zijn georganiseerd, die door de Duitsers werd gewonnen. Na Kerstmis gaat iedereen weer terug naar de loopgraven en wordt de oorlog in alle hevigheid hervat.
Terug naar boven

1916    Frans Tilburgs (1882-1956) verontwaardigd over een artikel in zijn vakblad.

Franciscus Cornelis Antonius Tilburgs (1882-1956) was machinezetter bij het dagblad De Telegraaf in Amsterdam. Een machinezetter toetst de te drukken tekst in waarna de machineletters in lood worden gegoten. Dit ambacht stierf uit door de komst van de tekstverwerker en de computer.

Frans TilburgsModern TimesIn de jaren 1915-1916 besteedde het Grafisch Weekblad, Orgaan van den Algemeenen Nederlandschen Typografenbond, in een reeks artikelen uitgebreid aandacht aan het Taylorisme. Deze stroming is vernoemd naar de Amerikaan Frederick Taylor, die op basis van nauwkeurige arbeidsstudies de arbeidsproductiviteit in bedrijven probeerde te vergroten. Zijn theorieën werden onder andere toegepast in de Ford-fabrieken door de invoering van de lopende band. Charlie Chaplin liet in de film Modern Times (1936) zien waartoe een absurde doorvoering van de theorieën van Taylor kon leiden. Het is niet vreemd dat de vakbonden grote bezwaren hadden tegen het Taylorisme.

Onder de kop “Het Taylorisme” schreef het Grafisch Weekblad op 23 augustus 1916: “We zullen ons voorloopig nog niet te druk maken over de pogingen tot meer geraffineerde uitbuiting die met de bovenstaande benaming aangeduid worden. Onze organisatie heeft jarenlang tegen het stukwerk gestreden en dit zo absoluut mogelijk uit het bedrijf doen verdwijnen. Een poging, later, van de Telegraaf-directie om een premiestelsel als zweep te gebruiken, liep er op uit, dat juist de vaardigste en bekwaamste arbeiders haar inrichting gingen mijden als de pest en zij aan meer middelmatige krachten voor dezelfde of geringere en vaak minderwaardige productie als elders onder normale verhoudingen werd verkregen, toch hetzelfde loon moest uitkeeren, om althans een boycott van haar onderneming te kunnen trotseeren. Gevaar dat in ons land en in ons bedrijf het Taylorstelsel als een nieuwe geesel zal gaan rondwaren, bestaat er voorshands dus niet.”

Dit artikel was een schop tegen het zere been van Frans Tilburgs, machinezetter bij De Telegraaf. Hij reageerde een week later met een uiterst cynisch ingezonden stuk: “Met dezen betuig ik mijn hartelijken dank voor het brevet van onbekwaamheid, door uw redactie aan de machinezetters van het dagblad „De Telegraaf” uitgereikt. Wanneer een dergelijk getuigschrift mij verstrekt werd door iemand die tot oordeelen bevoegd is en ten volste bekend zou zijn met de capaciteiten van de machinezetters van het dagblad „De Telegraaf”, zou ik mij er misschien niet zoo over verheugen, maar nu het afkomstig is van de redactie van het „Grafisch Weekblad” kan het mijn volste appreciatie wegdragen. U dankend voor de verleende plaatsruimte, en diepgevoelde collegiale groeten.
Uw onderdanigste dienaar,
F. C. A. TILBURGS,
machinezetter aan het dagblad „De Telegraaf”.

De redactie reageerde: “Het spijt ons den heer Tilburgs en zijn confraters van „De Telegraaf” ongewild onaangenaam te zijn geweest. Maar dit mag voor hen toch geen aanleiding zijn ons met ingezonden stukken te overstroomen (wij ontvingen er reeds een drietal, waarvan wij ’t bovenstaande, als ’t meest grappige, voor plaatsing de voorkeur gaven). De vrienden zijn ’t klaarblijkelijk reeds vergeten, hoe ten tijde der actie tegen „De Telegraaf” in 1909 en 1910 de beste machinezetters de plaat poetsten en ’t voor de directie van genoemd blad uiterst moeilijk was de vacante plaatsen weer aan te vullen. De sterksten boden zich in ’t geheel niet aan. Sedert is met het premiestelsel dat niets meer is dan een bedotterij de hand wat gelicht en is later de sollicitatie weer ruimer geworden.”

Terug naar boven

1926     Brand in het muziekmagazijn van Frans Kuijpers (1896-1966) en Clara Tilburgs (1896-1957).

1924Brand in "Musica".
Frans Kuijpers en zijn echtgenote Clara Tilburgs hadden in de jaren 1920 in Eindhoven onder de bedrijfsnaam "Musica" een handel in muziekapparatuur (pathefoons, grammofoons, luidsprekers en versterkers), muziekinstrumenten (onder andere gitaren, banjo's, mandolines en violen) en grammofoonplaten. Frans begon zijn bedrijf op de Fellenoord 48. Op zaterdag 27 maart 1926 ging 't mis. In de Nieuwe Tilburgsche Courant van drie dagen later lezen we: "Zaterdagavond woedde een felle brand op den Fellenoord te Eindhoven. De brand ontstond in de werkplaats van den muziekhandelaar F.J. Kuijpers. Vrij spoedig stond het geheele muziekmagazijn in lichte laaie. Dank zij het krachtige optreden der Eindhovensche brandweer werd evenwel de brand tot een minimum beperkt; niettemin brandde het pand, algemeen bekend onder de naam "Musica" totaal uit. De inboedel waaronder vele muziekinstrumenten konden nog bijtijds in veiligheid gebracht worden. Assurantie dekt gedeeltelijk de schade."

De beste wensen.
In 1927 verplaatste Frans zijn bedrijf van de Fellenoord naar Stratumseind 65. In de loop van de jaren 1920, begin jaren 1930 plaatste hij meer dan honderd advertenties in regionale kranten. Hij beperkte zich daarin niet tot het aanprijzen van zijn handelswaar, zoals blijkt uit zijn nieuwjaarswens van 31 december 1928.

19281231

Schapenmarkt31Op 20 mei 1931 vestigde Frans in de Hinthamerstraat 85 in Den Bosch een "Electro-technisch bureau, radio, muziek" onder de handelsnaam "Frans Kuijpers". De dag daarna werd het bedrijf "Musica" in Eindhoven opgeheven. Op 11 juni van hetzelfde jaar verhuisden Frans en Clara met hun twee kinderen naar Den Bosch. Het bedrijf kende geen lang bestaan: op 4 november 1932 werd het opgeheven.

Wolhandel De Spin.
Op 31 december 1935 verschijnt Frans weer met de beste wensen voor zijn klanten in de krant. Hij is een wolhandel begonnen onder de naam "Wolhandel De Spin" op de hoek van de Ridderstraat en de Markt in Den Bosch. Vier weken later richt hij een naamloze vennootschap op met dezelfde naam. In 1943 blijkt het bedrijf gevestigd te zijn op de Schapenmarkt 31. In de jaren 1950-1960 stond het bekend als "Wol De Spin".

Clara Tilburgs overleed in 1957 in het Sint Carolus Ziekenhuis, Papenhulst, 's-Hertogenbosch. Frans overleed daar in 1966. De N.V. Wolhandel De Spin bestond tot 7 juli 1981.

Foto: Het huis "In het verguld lam", Schapenmarkt 31, 's-Hertogenbosch, omstreeks 1930.

Terug naar boven

1927     Boerderij van P. Tilburgs door brand verwoest.


Op 17 juni 1927 raast een storm over Nederland. De dag daarna staat in de Nieuwe Rotterdamsche Courant het volgende bericht onder de kop "Het noodweer van gisteren": "Te Bergeyk is gisteravond de bliksem in de boerderij van den landbouwer P. Tilburgs geslagen. De boerderij is geheel afgebrand. De kinderen, die ziek te bed lagen, konden met moeite worden gered. Twee varkens, een kalf en een hond kwamen in de vlammen om. Verzekering dekt de schade. In andere woningen in Bergeyk werden de electrische leidingen vernield."

Vermoedelijk gaat het hier om Cornelis Petrus Tilburgs (Pietje Til), geboren op 20 juni 1882 en getrouwd met Angelina Smets. Aanvullende informatie is natuurlijk erg welkom.

Terug naar boven

1928    Frans Tilborghs (1880-1947) komt in aanvaring met de pastoor van Bergeijk ’t Hof.


AFTilburgs AFTilburgs Erdal Antonie Franciscus Tilborghs, roepnaam “Frans”, was een veelzijdig man. Hij was schoenmaker, café- en zaalhouder (zaal 'De Postduif'), bombardonblazer bij de harmonie, koorzanger, een vurig kaartspeler en hij zorgde dat geheel Bergeijk 'Oost-Brabant' tijdig in huis had. Het was in de tijd dat je bij hem, bij aankoop van twee busjes Erdal schoenpoets, een broodmes cadeau kreeg, merk 'Herder'. Als eigenaar van Café en Zaal De Postduif had hij vrijere opvattingen dan de pastoor. Dat leidde omstreeks 1928 tot een conflict, dat beschreven werd door Willem Driedonkx. Wij hebben dit verhaal integraal opgenomen in deze Kroniek.

Antonie Franciscus Tilborghs 1880-1947“Laten we het vandaag eens hebben over Frans Tilborghs, die met Koba van Lieshout was getrouwd. Frans was een mens met veelzijdig dienstbetoon. Hij was schoenmaker, café- en zaalhouder (zaal ‘De Postduif’), bombardonblazer, koorzanger, een vurig kaartspeler en zorgde dat heel Bergeyk Oost Brabant tijdig in huis had. Het was in den tijd dat we bij hem, bij aankoop van twee doosjes Erdal schoenpoets, een broodmes kado kregen, merk ‘Herder’. Wat koorzanger betrof was Frans op een eigenaardige manier enige tijd op nonaktief gesteld door Pastoor Verhoekx. Het volgende zou genoemd kunnen worden; ‘Komedianten troken voorbij’ met een beleefd excuus aan de schrijver Joh. Fabricius, omdat ik voor deze korte vertelling met opzet de titel van zijn boek leen. Ik wil u iets vertellen over de toneelvoorstellingen in die dagen van weleer. Dat ging –vooral op een dorp- dus ook in Bergeyk volgens normen die nu volstrekt onvoorstelbaar zijn. Gemengd bezoek aan zulke voorstellingen kende men niet, maar ook gemengd spelen was niet toegestaan. Voor de dames was er een middagvoorstelling, de heren gingen ’s avonds. Kwamen in een stuk vrouwenrollen voor, dan werd de tekst daarvan tijdens het spelen door de regisseur achter de coulissen voorgelezen. Het gebeurde wel eens dat tegen het einde van de damesvoorstelling verschillende vrijers van deze dames bij Koba’s in de keuken met ongeduld zaten te wachten om hun liefje naar huis te begeleiden. Dit gebeuren was de parochieherder van het Hof, nl. pastoor Verhoekx, ter ore gekomen en hij was hierover zeer gebelgd. Pastoor Verhoekx was in ’t begin als parochieherder nogal ‘Jantje precies’ doch veranderde tussen al die goede Bergeykenaren al spoedig van koers. Hij kwam op een avond bij Frans aan om te vertellen wat hij had gehoord, nl. dat Frans toeliet dat de jonge snaken daar in de keuken op het einde van de voorstelling wachtten. Na een flinke zedepreek zei hij tot Frans, “weet je wel dat ge zoiets met een biecht niet goed kunt maken?” Frans antwoordde hierop heel lakoniek “dan mer mee twee meneer pastoor”. Zeer woedend verbood hij hem om nog als koorzanger op het oksaal te komen. Kort na zijn vertrek alhier, kreeg Frans bezoek van pastoor Goossens (foto): “Hoe kommet jongen, de ge niemer op ’t koor komt zingen”. Frans vertelde toen het waarom waarop pastoor Goossens zei: “Ik zo-de-zondag mèr wéér nèr boven klimmen”. Frans, vol dienstbetoon, hielp veel kinderen van de tegenover hem staande jongensschool, die gedurig hun klompenriempjes stuk hadden. Uit de grap wel wat te strak gespannen, doch dat zette wel uit, zei hij dan. Vroeger gingen alle kinderen zowat met klompen naar school, en voor slijtage meestal nog door de vaders voorzien met een extra zool van oud leer of fietsband.”

Over de twee pastoors in het verhaal van Willem Driedonkx:gouden priesterfeest broers Goossens

Theodorus Bonifacius Mattheus Verhoeckx werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 19 november 1878. Hij werd leraar aan het Seminarie Beekvliet in Sint Michielsgestel en vervolgens pastoor in Bergeijk 't Hof. In 1928 werd hij op eigen verzoek om gezondheidsredenen eervol ontslagen. Hij werd opgevolgd door pastoor Goossens. Pastoor Verhoeckx overleed in 1957.

Jan Mathias Goossens 1875-1953Jan Mathias Goossens (foto) is geboren op 3 maart 1875 in Deurne. Hij werd op 24 mei 1902 samen met zijn broer Petrus Theodorus tot priester gewijd in de Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch. In 1928 werd hij pastoor van Bergeijk 't Hof. Op 1 januari 1953 ging hij met pensioen en vertrok naar Huize St. Joseph (Kruisstraat) in Deurne waar hij op 20 september 1953 op 78-jarige leeftijd overleed. Het jaar ervoor vierde hij nog met zijn broer hun gouden priesterfeest.

 

 

Bronnen:
Uit de oude doos. Verhalen van Willem Driedonkx. Geselecteerd uit publicaties in weekblad De Eyckelbergh 1974-1983.
Heemkundekring H.N. Ouwerling in Deurne: www.deurnewiki.nl.

Terug naar boven

1939     Rinus Tilburgs (1919-1998) schiet verkenningsvliegtuig uit de lucht.


In 1939 kwam Rinus Tilburgs uit Helmond naar Venlo. Geboren op 3 juni 1919 moest hij zich in dat jaar als dienstplichtige op de kazerne in Blerick melden. Hij was nog nooit uit Helmond weggeweest en het was voor het eerst van zijn leven dat hij in Rinus Tilburgs tijdens mobilisatie 1940de trein stapte. Na de opleiding maakte hij met andere dienstplichtigen deel uit van het grensbataljon, dat niet alleen de kazematten langs de Maas bemande, maar ook gelegerd was bij de grensovergangen. Zijn kazemat lag bij "Sur Meuse" en de Nederlandse verdedigingslinie werd regelmatig vanuit Duitse vliegtuigen bespioneerd. Van de kapitein kreeg Rinus en zijn bunkerbemanning er flink van langs, omdat ze niet adequaat genoeg op een Duits verkenningsvliegtuig hadden gereageerd. De eerstvolgende keer, dat Rinus weer een vliegtuig hoorde, stormde hij naar de buiten opgestelde mitrailleur, richtte en schoot zodanig raak, dat het vliegtuig neerstortte op het terrein waar nu de flats van de Molenbossen staan. Maar wat was het geval, Rinus had een eigen Nederlands verkenningsvliegtuig neergehaald. De piloot heeft het gelukkig overleefd, al kostte het hem zijn pink. Op 10 mei 1940 zat Rinus weer in zijn kazemat op Duitse soldaten te schieten, die met rubberboten de Maas probeerden over te steken. Hij hoorde aan de Venlose kant de Duitse officier iedere keer weer het bevel geven: "6 Neuen", als er weer een nieuwe lading de rubberboot in moest. Tijdens zijn dromen heeft hij die "6 Neuen" nog jaren in het water van de Maas zien vallen en "Hilfe" horen roepen.

Foto: Rinus Tilburgs (midden)
Bron: Deze tekst is een gedeelte van een artikel dat Theo Laumans op 14 mei 2003 schreef in het weekblad De Tegelse Courant in de rubriek "Oorlogservaringen van mensen uit Tegelen en Belfeld".
Terug naar boven

1940-1945     Rapporten van de Amsterdamse politie.


De rapporten van de Amsterdamse politie, gemaakt tijdens de oorlogsjaren, zijn bewaard gebleven. De mengeling van aantekeningen over banale zaken zoals dronkenschappen en gestolen portemonnees en van vermeldingen van nachtelijke deportaties van joodse stadsgenoten, geeft een onthutsend beeld van de dagelijkse werkelijkheid. In de rapporten worden enkele leden van de familie Tilburgs genoemd. Arnoldus Jacobus Tilburgs (1897) doet in 1942 aangifte van het verlies van zijn persoonsbewijs, stamkaart en textielkaart. Margaretha Kars, echtgenote van Theodorus Johannes Cornelis Tilburgs (1887) meldt in hetzelfde jaar de diefstal van haar portemonnee met f. 13,87 inhoud, bonnen voor thee en peulvruchten, een penning voor licht en een bon voor turf. De diefstal werd gepleegd toen Margaretha samen met een collega als werkster aanwezig was in het Barlaeus Gymnasium aan de Weteringschans. Petrus Johannes Tilburgs (1888) woont in het logement aan de Oudezijds Achterburgwal 37. In de late avond van donderdag 23 oktober 1941 springt hij vlakbij zijn woonadres met zijn kleren aan in de gracht om Aalbert Oudezijdsachterburgwal 37Veenendaal, een vijftigjarige veedrijver uit Amersfoort, uit het water te redden. Veenendaal verklaart dat hij door de duisternis en onbekendheid met de plaatselijke situatie te water is geraakt. Hij krijgt een drenkelingenpak en wordt onder de wol gestopt. Tilburgs gaat naar zijn logement om droge kleren aan te trekken. Hij wil een beloning, maar Veenendaal kan die niet betalen. Dezelfde Petrus Johannes Tilburgs wordt tijdens de oorlog regelmatig opgepakt wegens openbare dronkenschap. Na gratis overnachting en ontbijt mag hij meestal weer naar huis. Naast deze banale feiten lezen wij aantekeningen van een heel andere aard. Enkele voorbeelden: Op dinsdag 21 juli 1942 melden zich vijf minderjarige kinderen bij het politiebureau. De jongste is anderhalf jaar. Hun moeder is door de duitse politie gearresteerd en hun vader werkt in Duitsland. Ze hebben honger. Ze worden naar een weeshuis gebracht. Op 30 september 1943 staat in het politierapport: “10.25 uur. Hedennacht is door de Ordenungs Polizei het perceel Heerengracht Nr. 16 alhier door verbreking van een ruit opengebroken en aldaar joden weggehaald. Door ons bureau is een Oberwachtmeister bij dit perceel geplaatst, welke te 8 uur op last van Ordenungs Polizei in kon rukken. Ruit is dichtgetimmerd.” Op dinsdag 14 april 1942, 15.10 uur doet de 12 jarige scholier Anne Frank aangifte van de diefstal van haar fiets. Hij is gestolen vóór haar huis aan het Merwedeplein en is 45 gulden waard. Anne beschrijft de diefstal in haar dagboek.

Bron: Gemeentearchief Amsterdam
Foto: het logement aan de Oudezijds Achterburgwal 37, waar Petrus Johannes Tilburgs tijdens de oorlog vaak verbleef. Het pand heeft inmiddels een andere bestemming.
Terug naar boven

1940    Peer Tilburgs (1915-2002) over de bezetting en de bevrijding van Bergeijk.

Peer Tilburgs (1915-2002)Om zes uur 's ochtends, op vrijdag 10 mei 1940, zat Peer Tilburgs te melken in de wei in de Kromhurken, iets ten zuiden van Bergeijk toen hij de Duitsers te paard over de Luikerweg hoorde aankomen. Hij pakte meteen z'n fiets om te gaan kijken waar de Nederlandse soldaten waren, die in de loopgraven verderop zaten. Toen hij daar aankwam zag hij dat ze hun militaire uniformen hadden verbrand en er in hun burgerkleren vandoor waren.

Vrijwel direct na de bezetting van Bergeijk schuimden de Duitsers de winkels in het dorp af op zoek naar alles wat van hun gading was: eten, drinken, sigaren en sigaretten, fietsbanden, olie en benzine, dekens, kleding, noem het maar op. En dat alles namen ze mee, al dan niet met geweld, zonder te betalen. Vanwege het oorlogsgeweld hadden veel landbouwers in het buitengebied hun boerderij tijdelijk verlaten. Die boerderijen eigenden de Duitsers zich toe om er te logeren en hun paarden te stallen. Al het aanwezige haver en stro werd gebruikt om de paarden te kunnen voederen, en wat er toen nog over was werd bij vertrek meegenomen.

Bevrijding van Bergeijk.Vele jaren later vertelde Peer zijn belevenissen tijdens de oorlog aan Johan Biemans, die ze optekende in zijn boek "Bergeijk in oorlogstijd": over de melkstaking van 1943, over zijn verblijf in concentratiekamp Vught, over het kanon dat de Duitsers achter z'n huis hadden gezet, over de beschietingen door de Engelsen en over de Bergeijkse slachtoffers in de laatste oorlogsdagen. In aanvulling hierop heeft Ad Tilborghs een aantal gesprekken gevoerd met Peers jongere zus Paula Tilburgs. Zo ontstond het artikel dat een goed beeld geeft van wat Peer Tilburgs tijdens de oorlog heeft meegemaakt. Zie "Artikelen" of ga rechtstreeks naar het artikel.

Zie ook "Kroniek 1943, Peer Tilburgs als gevangene naar concentratiekamp Vught." met een link naar een uitgebreider artikel.


Terug naar boven

1941     Ernstige gasontploffing bij het gezin Tilburgs-Bakker aan de Lorentzweg in Hilversum.


gasontploffing 1941gasontploffing Lorentzweg Hilversum"Mevrouw van Tilburg, wonende aan den Lorentzweg 46 te Hilversum stond vanochtend volgens haar gewoonte om kwart voor 7 op om theewater op te zetten in de keuken. Het rook erg naar gas; het slangetje van het gascomfoor hing los van den muur en het kraantje stond half open. Daar zij het slangetje niet meer in den muur kon krijgen, ging zij naar de bijkeuken en stak met een gaspistool een ander comfoor aan.   Een ontzettende knal volgde, een vlam sloeg in haar gezicht. De man, zoon en dochter, die boven sliepen, snelden toe. Alle ruiten in huis zijn gesprongen, ook de etalage van den ijzerwinkel. De deuren hingen uit de kozijnen, meubels lagen door elkaar, zittingen hingen uit de stoelen. De pannen vlogen van het dak. Een zijmuur van het huis viel om en tegen een 4 meter verder staand hek, dat verpletterd werd. Een gordijntje van lichte stof, dat voor een der vensters hing, was in brand gevlogen en op een divan gevallen, waar de vlammen verder lekten. De 20-jarige zoon wist met emmers water het vuur te stuiten. De buren, die eerst dachten dat er een bom insloeg, waarschuwden dokter en politie. Mevrouw van T. die aan gezicht en handen ernstige brandwonden had gekregen, werd verbonden en bij buren ter ruste gelegd. Commissaris Reijenga en de inspecteur der recherche Wolf kwamen met bouwpolitie en ambtenaren van de gasfabriek ter plaatse. Het gas moet zich sedert 5 uur vanochtend tusschen de voegen van de muren hebben verspreid en in de kamer hebben gehangen. Het huis is afgekeurd en zal worden gesloopt."

Het tekstkader bevat een bericht in Het Vaderland over hetzelfde ongeval.
Commentaar: De genoemde "mevrouw van Tilburg" is Gerarda Tilburgs-Bakker. Het huis is niet gesloopt, maar hersteld.

Bronnen:
* Foto: De Tijd, 15 maart 1941, voorpagina.

* Uitgeschreven tekst: Laarder Courant De Bel, 14 maart 1941, p. 7/8
* Tekst in kader: Het Vaderland, 14 maart 1941, avondblad, p. 3
Terug naar boven

1942     Petrus Bernardus Tilburgs (1919): dwangarbeider in Junkers vliegtuigmotorenfabriek in Köthen.


Petrus Bernardus Tilburgs (Amsterdam 1919) is een zoon van Theodorus Johannes Cornelis Tilburgs en Margaretha Cornelia Adriana Kars.Hij wordt in 1942 door de Duitse bezetter gedwongen tewerkgesteld in de vliegtuigmotorenfabriek van Junkers in het stadje Köthen bij Dessau. In juli 1943 krijgt hij verlof om te Junkerstrouwen. Hij probeert onder te duiken, maar dat mislukt. Hij wordt bij het Centraal Station van Amsterdam opgepakt en teruggestuurd naar Köthen. Korte tijd later wordt hij overgeplaatst naar een geheime ondergrondse fabriek van Junkers (Nordwerke AG) in Ilfeld in de buurt van Nordhausen (zie foto). In deze fabriek worden V-1's en V-2's gemaakt. In Nordhausen is ook een concentratiekamp. De dwangarbeiders werken samen met de gevangenen uit het concentratiekamp. In 1988 zet Peter zijn ervaringen op papier in het kader van een project van de Vereniging Dwangarbeiders Nederland. De verzameling ego-documenten, die dit opleverde is overgedragen aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). Volgens de documenten, die wij bij het NIOD hebben geraadpleegd, is er geen enkele beperking gesteld aan de openbaarheid van de verhalen van de ex-dwangarbeiders
brief van dwangarbeider pagina 1 brief van dwangarbeider pagina 2 brief van dwangarbeider pagina 3
In een brief van P.B. Tilburgs aan de Vereniging Dwangarbeiders Nederland spreekt hij de hoop uit dat zijn informatie in de toekomst gebruikt kan worden om meer aandacht en waardering te krijgen voor de ex-dwangarbeiders. Om deze redenen hebben wij geconcludeerd dat de brief van Peter een plaats verdient op deze website. (Klik op de afbeeldingen voor een vergroting).

Informatie over Mittelwerk V-2 fabriek
Nog meer informatie over Mittelwerk V-2 fabriek
Terug naar boven

1943    Peer Tilburgs (1915-2002) als gevangene naar concentratiekamp Vught.


Op 29 april 1943 kondigde de Duitse bezetter totaal onverwacht aan dat 300.000 Nederlandse oud-militairen zich moesten melden als krijgsgevangenen. In 1940 waren ze vrijgelaten, maar in 1943 had Duitsland een tekort aan arbeidskrachten in de oorlogsindustrie. Vooral op het platteland werd toen gestaakt. Op veel plaatsen leverden de boeren geen melk meer, zo ook in Bergeijk en omgeving.

BuchenwaldPeter (Peer) Tilburgs was weliswaar geen boer, maar hij was secretaris van de Jonge Boerenstand en daarom werd hij samen met enkele anderen 's nachts van zijn bed gelicht en moest hij met de fiets naar het politiebureau. Daar kwam de burgemeester uitleggen wat er aan de hand was en dat ze naar het concentratiekamp in Vught moesten.

In het kamp aangekomen stond Peer eerst met enkele honderden lotgenoten urenlang in de houding, bedreigd en geïntimideerd door Nederlandse SS'ers. Daarna moesten ze naar een barak om zich uit te kleden en een gestreept gevangenispak aan te trekken. De volgende dag werden ze door mede-gevangenen kaal geschoren en kregen ze wat koffie en droog brood. Peer had het er moeilijk mee dat oude directeuren van andere fabrieken, van zeventig, tachtig jaar, en ouderen van de Boeren­bond, op dezelfde brute manier werden behandeld en bedreigd. Ook zij moesten 's nachts in de barak op de kale grond slapen.

Na enkele dagen werd de melkstaking beëindigd en mochten de gevangenen met de trein en de fiets naar huis. Peer werd vanwege z'n zwarte gezicht en kaalgeschoren hoofd aanvankelijk niet door z'n vrouw herkend. Zijn lust om te smokkelen - een veelbeoefende nevenactiviteit in de Kempen - was hem vergaan, omdat hij nu wist wat je kon overkomen als je het aan de stok kreeg met de bezetter.

Dit is een korte samenvatting van het artikel dat is gebaseerd op het interview met Peer Tilburgs op 16 januari 1990. Zie "Artikelen" of ga rechtstreeks naar het artikel.
Terug naar boven

1943    Peer Tilburgs (1915-2002) en zijn zwager Harrie van Oirschot in het verzet.

Peer TilburgsHarrie van OirschotBij de Borkelsedijk te Bergeijk, nog geen 700-800 meter van de boerderij van de familie Van Oirschot, stortte in juni 1943 midden in de nacht een geallieerde bommenwerper neer. Bij deze crash vonden twee Engelse bemanningsleden de dood. Drie brachten het er levend af, onder wie de piloot. Harrie van Oirschot (foto rechts) zag het gebeuren en samen met z'n zwager Peer Tilburgs (foto links) probeerde hij de boordschutter Bill Wright in veiligheid te brengen. Het zou echter anders lopen, om redenen die nog steeds niet duidelijk zijn.

Voor Peer Tilburgs moet 1943 een enerverend jaar zijn geweest. Eerst werd hij een week lang gevangen gezet in kamp Vught, een maand later riskeerde hij lijf en leden met zijn hulp aan geallieerden die een goed heenkomen zochten. Daarna moest hij zélf onderduiken omdat de Duitsers naar hem op zoek waren. Lees het hele verhaal. Ga daarvoor naar "Artikelen" of rechtstreeks naar het artikel.

Terug naar boven

1943     Henricus F.J. Tilburgs (1913-1973) veroordeeld voor omvangrijke zwarte handel in textiel.

zwarte handelTijdens de Tweede Wereldoorlog werden levensmiddelen en textiel steeds schaarser. Om de beschikbare middelen eerlijk te verdelen werd al vóór de oorlog een distributiesysteem met bonnen ingevoerd. Een andere manier om aan producten te komen was de zwarte markt. Daar werden levensmiddelen en textiel vaak tegen woekerprijzen te koop aangeboden. De Duitse bezetter bestreed de zwarte handel, maar maakte er ook handig gebruik van door de indruk te wekken dat de schaarste aan levensmiddelen volledig te wijten was aan de zwarte handel.

Henricus F.J. Tilburgs was kleermaker en had de hand weten te leggen op een grote partij textiel met de bedoeling deze op de zwarte markt te koop aan te bieden. Er was veel geld mee gemoeid. Hij liep echter tegen de lamp en werd veroordeeld tot gevangenisstraf, een boete en verbeurdverklaring van het in beslag genomen geld. De zaak wordt onder andere beschreven in Het Volk: Dagblad voor de Arbeiderspartij van 21 juni 1943.

Textielzwendel in Tilburg. Zwarte handelaren staan terecht.

Breda 19 juni. - Vrijdag heeft de economische rechter te Breda een zaak behandeld, die in omvang als de grootste mag worden aangemerkt sinds de instelling van het instituut van den Economischen Rechter te Breda. Het betrof hier de zaak tegen drie personen die tussen Maart en October 1942 een partij textiel verhandelden ter waarde van ƒ 320.000. De verdachten meenden dat zij met deze handel vrijuit konden gaan, omdat de goederen verkocht werden aan een Duitse firma te Amsterdam.

De officier van justitie achtte het wettig en overtuigend bewijs geleverd en eiste de volgende straffen: Tegen J.A.A. Jansen te Tilburg ƒ 20.000 boete, subsidiair twee maanden hechtenis en een maand gevangenisstraf; tegen B.A.N.M. Mutsaers te Tilburg ƒ 15.000 boete subsidiair een maand hechtenis en tegen H.F.J. Tilburgs te Den Haag ƒ 50.000 boete subsidiair zes maanden hechtenis en vijf maanden gevangenisstraf.

Deze omvangrijke zaak, die heel wat tijd in beslag nam, was begonnen in Tilburg. De verdachte Jansen had van Mutsaers een paar coupons stof gekocht en toen hij later in contact kwam met den kleermaker Tilburgs uit Den Haag, hadden de zwarte transacties een grotere omvang aangenomen. Zodoende werden in korte tijd 21.000 meter heren tweedstof van honderd procent wol verhandeld, waarbij enorme bedragen waren gemoeid. Bij de verhandeling van een der grootste partijen had Jansen ƒ 40.000 uit eigen middelen in deze zaak gestoken plus nog een bedrag van ƒ 100.000 van Tilburgs. Een bedrag van ƒ 188.000 zou daarna nog worden betaald. De Centrale Controle Dienst, die op grond van vermoedens ingreep, verhinderde dat de laatste transactie kon worden afgewerkt en maakte proces-verbaal op.

Elkaar bedrogen.

Vrijdagmorgen werd met deze zaak een aanvang gemaakt door den economischen rechter te Breda. Uit de behandeling bleek dat het bij de afrekening scheef was gegaan, doordat Tilburgs door hem ontvangen bedragen niet afrekende met Jansen, waardoor deze behalve zijn winst van ƒ 24.000 ook zijn “bedrijfskapitaal”van ƒ 40.000 er bij inschoot. Verdachte Tilburgs was met een bedrag van ƒ 62.000 naar Den Haag terug gegaan en had daarvoor reeds sieraden en aandelen gekocht. Hij meende, dat zijn schoonvader met de rest van de ontvangen ƒ 100.000 Jansen zou betalen. Alvorens dit echter te doen, had de schoonvader een bedrag van ƒ 14.000 in zijn sokken gestopt, terwijl zijn vader nog kans zag zich ƒ 2.000 toe te eigenen.

Tilburgs, die zich op bovengenoemde manier in één klap kapitalist waande, gaf zijn familie geld of fooien, zoals hij het noemde, en bij het onderzoek kwamen de aandelen uit een gieter, ƒ 5.000 uit een jampot onder de grond, ƒ 2.500 uit een handtasje en ƒ 44.000 werden in beslag genomen bij zijn schoonmoeder. Zodoende werd in totaal beslag gelegd op een waarde van ƒ 72.000. Bij het verhoor van den verdachte Mutsaers bleek, dat deze alle mogelijke verklaringen had afgelegd, doch deze ook weer herroepen had. Dit had deze gedaan als gevolg van een angstpsychose. Hij wilde in vrijheid komen en daarom gaf hij maar verschillende verklaringen. Zijn verdediger bracht als getuigedeskundige mee, dr. Jansen psychiater uit Tilburg, die desgevraagd verklaarde dat Mutsaers, dien hij als patient behandelde, een stuntelige levenshouding aan den dag legt en in staat is onder dwang afwijkende verklaringen af te leggen.

Nadat de verdachten de feiten, de overtreding van de distributiebepalingen, hadden toegegeven, noemde de officier van justitie in zijn requisitoir Tilburgs den hoofdschuldige. Deze ontzag zich bovendien niet zich te verrijken ten koste van zijn collega’s zwarte handelaren. Hij eiste hierna de reeds in de aanhef van dit verslag genoemde hoge boeten. Na de heropening van de zitting hielden de verdedigers een kort pleidooi, waarna de economische rechter de straffen bepaalde. Hij veroordeelde J.A.A. Jansen te Tilburg tot ƒ 10.000, subsidiair twee maanden hechtenis; M. Mutsaers te Tilburg tot ƒ 10.000, subsidiair twee maanden hechtenis, en H. Tilburgs te Den Haag tot ƒ 25.000, subsidiair zes maanden hechtenis, twee maanden gevangenisstraf met verbeurdverklaring van het in beslag genomen geld.

Terug naar boven

1944     Oma Coba Tilborghs-van Lieshout (1880-1956) haalt haar fietsen terug bij de Duitse bezetters.


In zijn autobiografie "Naar de diepte der aarde" beschrijft Frans Tilborghs (1933-2002) een gebeurtenis, die kenmerkend is voor het karakter van zijn grootmoeder Jacoba Tilborghs-van Lieshout (1880-1956):
Jacoba Tilborghs-van Lieshout 1880-1956"Grootmoeder was een zorgzaam vrouwke, klein van stuk maar zo vlug als water. Ik zie ze zo voor mij. Ze liep meestal op een drafje. Maar dat moest ze ook wel want ze had van die korte beentjes en was altijd druk in de weer. Zo moest ze overdag de café bijhouden, voor het eten zorgen, poetsen en wassen, verder voor de kinderen zorgen en regelmatig de geit melken. (...) Grootmoeder had haar eigen stijl van leven en ze was ondanks haar kleine gestalte voor de duvel niet bang. Hiervan een voorbeeld: toen de bezettingsjaren op een eind liepen had de bezetter van alles te kort. Alles wat hij mee kon slepen werd meegenomen en alles wat gevorderd kon worden werd van de bevolking afgenomen. (...) Toen de tijd aanbrak dat de bezetter zich terug moest trekken, werden de fietsen van de mensen gevorderd. (...) Grootvader, die gehoord had dat de Duitsers achter de fietsen aanzaten, verborg snel zijn twee fietsen in het koren dat achter het huis stond. Maar iemand moet dat gezien hebben, want kort erna gingen de Duitsers in het koren zoeken. En zo vonden ze al snel de verborgen fietsen. Deze werden meegenomen en naar het tegenover gelegen schoolplein gebracht. Op dit plein stonden meer dan honderd fietsen gestald, allemaal gestolen. Het schoolplein werd bewaakt door twee soldaten met het bajonet op het geweer. Mijn grootvader die gezien had dat ze ook fietsen waren komen halen, vertelde dit aan grootmoeder, zo van: duitse fietsendiefNou hebben ze ons fietsen ook te pakken. Waarop zij meteen antwoordde van: Dan zal ik die is gauw éfkes gaon terug haole. Wa denken ze wel die verrekte snotneuzen. Ze stak met haar korte beentjes de straat over, recht op de bewakers af, ondertussen zich hevig kwaad makend. Bij de ingang wilden de Duitsers haar tegenhouden, maar Coba gaf zich niet zomaar gewonnen en zei: Verrékte kwaoi jong wa denkte wel nie om zomer ons fietsen mee te némme. Gé moest oew eigen schamen om bé de mensen zomer de fietsen gaon te stélen Coba liep het schoolplein op en zocht haar fietsen. Eenmaal gevonden liep zij met aan iedere hand een fiets terug naar de uitgang, nog steeds toeterend van: Zédde gullie thuis zo grootgebracht, verrekte snotneuzen. De soldaten hadden er niets van verstaan, maar stonden wel perplex. Zij lieten grootmoeder gewoon de poort uitgaan. Snel stak ze de weg over. Thuis aangekomen stond grootvader ze al op te wachten. En? vroeg hij. Ik heb ze is goed de waagt aon gezéét. Die zullen hier gin fietsen mir kommé jatte. Trouwens die soldaten waren eigenlijk ook nog maar keinder.. Hiermee bewees Coba ook van de Duitse bezetter niet bang te zijn."

Bron: "Naar de diepte der aarde", Frans Tilborghs, uitgave in eigen beheer.
Terug naar boven

1944     Bergeijk bevrijd: Wim Smits (1920-1991) en Harrie Tilborghs (1912-1964) lid van Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten.


Prins Bernharddankbriefje Prins BernhardOp 5 september 1944 worden de drie belangrijkste Nederlandse verzetsgroepen gebundeld in de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (BS) met als bevelhebber Prins Bernhard. De BS krijgt als taak om na de bevrijding de orde en rust in Nederland te herstellen en te handhaven. Aanvankelijk bestaat de BS uit nog geen 10.000 manschappen en is zeer slecht bewapend. Maar door de bevrijding van Zuid Nederland maakt de BS vanaf oktober 1944 een flinke groei door en verbetert de bewapening door geallieerde wapendroppings. Op 11 september 1944 zet de eerste geallieerde verkenningseenheid van het Second Household Cavalry Regiment bij Bergeijk voet op Nederlandse bodem. Een week later vliegt een formatie Dakota's over Bergeijk op weg naar Arnhem in het kader van Operation Market Garden. Bergeijk wordt op maandag 18 september bevrijd en drie dagen later keert de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene via de Bergeijkse Barrier terug in Nederland. Wim Smits (1920) is vanaf 12 november 1944 lid van de Binnenlandse Strijdkrachten. Wim groeide op in een gezin van veertien kinderen in Veldhoven. dubbel huwelijk: Smits-Tilborghs en Tilborghs-ValkenaarsOp 9 juni 1945 trouwt hij in Bergeijk met Lien Tilborghs (1920-1991). Het is een dubbele bruiloft, want op dezelfde dag en plaats trouwt Liens oudere broer Harrie Tilborghs met Anneke Valkenaars (1915-2007). Op de gezamelijke trouwfoto dragen Wim en Harrie beiden het uniform van de Binnenlandse Strijdkrachten. Op 2 september 1945 geven de Japanse troepen zich over aan de Amerikanen, waardoor er een einde komt aan de Tweede Wereldoorlog. Drie dagen later zwaait Wim Smits af als lid van de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij ontvangt van Prins Bernhard een brief, waarin deze zijn erkentelijkheid en dank uitspreekt "voor de toewijding en de belangrijke diensten, welke u ten behoeve van ons land hebt betoond."

1944 Operation Market Gardenoorlogsmonument Bergeijkoorlogsmonument BergeijkMiniatuur links: kaart van Operatie Market Garden (klik voor vergroting).
Miniatuur midden en rechts: oorlogsmonument Bergeijk


Filmbeelden van de bevrijding van Hilversum, Bergeijk, Valkenswaard en Nijmegen Filmbeelden van de bevrijding van Eindhoven op 17 september 1944.
Meer informatie over Operation Market Garden
Meer informatie over het Bergeijkse oorlogsmonument


Afbeeldingen:
19 sept. 1944: Prins Bernhard, bevelhebber van de BS, tijdens de bevrijding van Eindhoven.

Dankbrief van Prins Bernhard (Klik op de afbeelding voor een vergroting).
9 juni 1945: Dubbel huwelijk Tilborghs-Valkenaars en Smits-Tilborghs. Links Harrie Tilborghs, midden Wim Smits.
Terug naar boven

1949     Gerard Tilburgs (1928-2020) met De Zuiderkruis naar Nederlands Indië.

ZuiderkruisGerard Tilburgs werd in 1928 geboren als jongste zoon van Cornelis Tilburgs (1890-1977) en Gerarda Bakker (1892-1952). Hij had drie oudere broers; Bep, Ton en Kees. Bep moest vóór de oorlog in militaire dienst. Maar Ton en Kees waren vanwege de oorlogsomstandigheden vrijgesteld. Daarom kon Gerard na de oorlog geen beroep doen op broederdienst en moest hij zijn militaire dienstplicht vervullen. Hij werd uitgezonden naar Nederlands Indië. Van 28 februari 1949 tot 9 maart 1949 kreeg hij een spoedopleiding in geneeskunde en hygiënische verzorging op de militaire school. Op vrijdag 3 juni 1949 vertrok hij vanuit Rotterdam met De Zuiderkruis (foto) naar Nederlands Indië met aan boord 457 militairen. De vaarroute liep van Rotterdam, langs de Franse kust, Golf van Biskaje, Lissabon, Gibraltar, Malta, Port Said, Suezkanaal, Golf van Aden en Indische Oceaan.

Gerard TilburgsAan boord van de Zuiderkruis

Saturnusdoop
Op 13 juni 1949 passeerde de Zuiderkruis de Kreeftskeerkring. Volgens oud zeemansgebruik worden passagiers, die voor de eerste keer de evenaar passeren dan door de zeegod Neptunus gedoopt. Een dienstplichtig militair, die een half jaar eerder met de Zuiderkruis naar Nederlandse Indië voer, beschreef dit ritueel als volgt: “De volgende morgen werd de evenaar gepasseerd en zoals gebruikelijk kwam toen Neptunus, de god van de zee, met zijn volgelingen aan boord om de schepelingen te dopen. En dat gebeurde grondig met veel groene zeep en allerlei andere vettige substanties. Na daarmee ingesmeerd te zijn volgde een onderdompeling in een grote kuip met zeewater en daarna werd de slang op de slachtoffers gezet. Er waren ook nog 'uitverkorenen'. Die werden aan de schandpaal gezet en nog eens duchtig bewerkt met rotte eieren.”

De Zuiderkruis vervolgde haar reis naar het oosten en bereikte op 26 juni 1949 Tandjong Priok, de haven van Batavia. Gerard werd gelegerd bij het vliegveld van Talang Betutu op Sumatra. Volgens eigen zeggen heeft hij nooit wapens hoeven dragen. Hij was als soldaat ingedeeld bij de Koninklijke Luchtmacht. Zijn functie was ziekendrager en hulp van een arts bij medische zaken op een kamp nabij het vliegveld. Hij heeft een arts van de Bataafse Oliemaatschappij begeleid op zijn reizen naar buitenposten, waar ook inlandse patiënten, waaronder kinderen, werden behandeld.

Gerard TilburgsOp 27 december 1949 erkende Nederland onder grote internationale druk de onafhankelijkheid van Indonesië. Daardoor was de taak van de militairen in feite beëindigd en mochten zij weer terug naar Nederland. Gerard vertrok op 3 juli 1950 met het troepentransportschip “Nelly” richting vaderland. Op 18 juli passeerde het schip de Kreeftskeerkring. De ontscheping in Nederland was op 30 juli 1950. Trouw berichtte hierover op 31 juli 1950.

“Ontscheping troepentransportschip „Nelly”. Om acht uur begon gistermorgen aan de Lloydkade te Rotterdam de ontscheping van het troepentransportschip „Nelly". Met dit schip arriveerden 1582 militairen en burgers, ten dele in gezinsverband, uit Indonesië. Namens de Koningin werden woorden van welkom gesproken door kapitein mr. J. C. Bührmann, namens de regering door generaal-majoor W. J. K. Baay en door kapitein W. Erdmann namens de inspecteur-generaal van de Koninklijke Landmacht, Z. K. H. Prins Bernhard. De commanderende officier der troepen aan boord, luitenant-kolonel J. H. Linden van den Heuvell, vertelde, dat gedurende de overtocht helaas drie kinderen zijn gestorven. De ontscheping, die werd opgeluisterd door het muziekkorps van het Regiment Stoottroepen uit 's-Hertogenbosch, werd bijgewoond door generaal-majoor E. Engles, oud-commandant van de 7-December-divisie, alsmede door mevrouw Spoor.”

Op 28 augustus 1950 verliet Gerard de dienst en ging hij met groot verlof. Op 6 juli 1955 trouwde hij met Ety (Eva Gijsje) van der Linden (1932-2016). Zij kregen twee dochters en twee zonen. Gerard overleed op 19 juli 2020 in Utrecht.

Links op de foto Gerard Tilburgs

Terug naar boven

1951     Brandstichting op het schip waarmee Ton Tilburgs (1921-2015) naar Australië emigreert.

In maart 1951 emigreerden Ton Tilburgs en zijn echtgenote Rina Peters met hun driejarig zoontje Frank naar Australië. Ton werkte als technisch tekenaar bij Philips en kon in Australië bij hetzelfde bedrijf aan de slag. Op 28 maart 1951 gingen zij in Amsterdam aan boord van de Johan van Oldenbarnevelt, een stoomschip dat had gediend als troepentransportschip voor militairen, die terugkeerden uit Indonesië. Het vertrek ging niet probleemloos: keer op keer braken er op het schip brandjes uit, die kennelijk waren aangestoken. De kapitein vond het ernstig genoeg om vanuit Engeland terug te varen naar Nederland om door de politie een onderzoek te laten instellen. Het incident wordt beschreven in het Algemeen Indisch Dagblad, de Preanger Bode van 2 april 1951:

Geheimzinnige brandstichter aan boord van de "Johan".

De politie en de passagiers op het emigrantenschip Johan van Oldenbarnevelt, dat naar Amsterdam terugkeerde wegens voortdurende branden aan boord, kijken uit naar een man die van deze brandstichtingen wordt verdacht. Tot zesmaal toe, aldus blijkt thans, is er tussen Amsterdam en het eiland Wight in het Kanaal brand aan boord geweest. Ook in de machinekamer.

stoomschip Johan van OldenbarneveltEnige dagen geleden verliet het schip met 1450 emigranten voor Australië aan boord de haven van Amsterdam. Het schip lag nog in deze haven toen de eerste brand werd ontdekt. Toen het schip ter hoogte van het eiland Wight was aangekomen en voor de vierde maal brand was geweest, besloot de kapitein naar Amsterdam terug te varen om assistentie te verzoeken van de politie. Het bleek dat alle branden met opzet werden gepleegd, verklaarde de politie Zaterdag. Het werk van de politie wordt ten zeerste bemoeilijkt doordat zij ieder van de 1450 passagiers en de 400 koppen die de bemanning telt, moet verdenken. "De brutaliteit van de brandstichter wordt aangetoond door het feit, dat terwijl de politie reeds aan boord was om het onderzoek te leiden naar de oorzaak van de vier eerste branden en de opvarenden was verzocht de ogen open te houden, nog tweemaal pogingen tot brandstichting werden ondernomen", aldus de politie. Men gelooft dat de brandstichtingen het werk vormen van een pyro-maniac of een saboteur. De politie heeft iedere mogelijke voorzorgsmaatregel genomen om verdere incidenten te voorkomen. Of en wanneer het schip weer zee zal kiezen is een kwestie van de directie der maatschappij aldus de politie. Ofschoon de schade tengevolge van de branden op zich zelf niet zo groot is, zullen de reparatie werkzaamheden toch wel aanzienlijke bedragen vergen. De branden werden allemaal gesticht in verborgen hoeken en kasten en zouden zeer gevaarlijk kunnen zijn vanwege het gemak waarmee branden zich op een schip voortplanten aldus de politie.

Het politie-onderzoek levert geen resultaat op. De kapitein besluit vervolgens om op dinsdag 1 april voor de tweede keer naar Australië te vertrekken. Hij zet koers naar de Golf van Biskaje en vandaar naar Gibraltar, Malta en Kreta. Op 10 april bereikt de Oldenbarnevelt Port Said in Egypte. De reis wordt vervolgd door het Suez Kanaal, de Rode Zee en de Golf van Aden. Vanaf Kaap Guardefui aan de noordkust van Somalië wendt de kapitein de steven naar het zuidoosten over de Indische Oceaan. Op vrijdagmiddag 27 april gaan de eerste 70 emigranten van boord in de haven van Fremantle aan de zuidwestkust van Australië.

Ton en Rina hebben bekenden op de Johan van Oldenbarnevelt: Ton's nicht Tiny en haar echtgenoot Jan Molenaar emigreren ook naar Australië. Tiny is een dochter van Cor(nelia) Bakker, een zus van Ton's moeder Gerarda Bakker. Het echtpaar Molenaar-de Kloe reisde met zeven of acht kinderen naar Australië. Uiteindelijk zouden zij tien of elf kinderen krijgen.

Ton en Rina zetten op 3 mei, Hemelvaartdag, in Melbourne voet op Australische bodem. Dezelfde dag nog vliegen zij met een DC3 naar Parafield Airport bij Adelaide, met als eindbestemming Medindie. Daar woonde de familie Heywood, eigenaren van een warenhuis in het centrale winkelcentrum van Adelaide. Rina kon er aan het werk als kok. Na ongeveer een maand kreeg Ton een baan bij Philips en verhuisden zij naar Glenelg.

Zie beelden van Johan van Oldenbarnevelt.

Terug naar boven

1951-1953     Pastoor Joseph Tilburghs (1870-1953) beschreef de geschiedenis van de Venbergse watermolen.

Venbergse watermolenJoseph Tilburghs heette officieel Wilhelmus Josephus Tilburghs. Hij werd in Valkenswaard geboren als tweede zoon van Willem Tilburghs en Susanna de Kort. Na zijn priesteropleiding in Oudenbosch, Sint Michielsgestel en Haaren werd hij onderpastoor in Zoutleeuw en vervolgens pastoor in Melkwezer, vlak over de grens met België. Na zijn eervol ontslag in 1951 ging hij wonen in de abdij van Postel en wijdde hij zich aan historisch onderzoek. Ad Tilborghs vond zijn aantekeningen over de geschiedenis van de Venbergse watermolen en schreef er een artikel over.

Terug naar boven

1952    Frans Tilborghs (1933-2002): Naar de diepte der aarde.


lampenist Frans TilborghsHet is eind jaren '50. Op 4 december, het feest van St. Barbara, de patroonheilige van de mijnwerkers, poseert een groep Kempische mijnwerkers in werkkleding en met mijnlamp voor café De Postduif in Bergeijk. Links staan de eigenaren van het café, Marinus Tilborghs en zijn vrouw Mariet Sallaerts. In het midden van de achterste rij (pijltje) zien we Frans Tilborghs. Na eerst in een spuiterij en daarna als schoenmaker te hebben gewerkt stapt Frans op de mijnbus naar Zwartberg in België om zich daar als werknemer te laten inschrijven bij de steenkolenmijn van de N.V. Cockerill-Ougree. Het werk is zwaar en ongezond, maar het loon is erg aantrekkelijk en de mannen krijgen dubbele kinderbijslag. Later noemt Frans de jaren die hij als grensarbeider werkte de beste tijd van zijn leven. Hij besluit zijn herinneringen vast te leggen in een geïllustreerd boek, dat hij in eigen beheer uitgeeft met de titel "Naar de diepte der aarde". In de inleiding schrijft hij: "Schrijver wil met dit boek voorkomen dat het leven van veel Kempische mijnwerkers in de vergetelheid zou geraken. Zij hebben tenslotte ervoor gezorgd dat de economie kort na de oorlog weer werd aangezwengeld." In het boek beschrijft Frans niet alleen de periode waarin hij mijnwerker was. mijnwerkersHij haalt ook herinneringen op aan zijn ouders, grootouders en andere familieleden en aan de oorlogsjaren. De laatste pagina's zijn gewijd aan zijn werk als bosarbeider. Omdat het boek in eigen beheer met een beperkte oplage is uitgegeven, is het erg moeilijk verkrijgbaar.

Bron: "Naar de diepte der aarde", Frans Tilborghs, uitgave in eigen beheer.

Foto: lampenist Frans Tilborghs verzorgt de benzine­veiligheids­lampen, die vooral van belang zijn omdat ze onder­gronds de aanwezigheid van mijngas kunnen aantonen.

Bron foto lampenist Frans Tilborghs:
https:mijnlampen.nl. Overigens staat de foto niet meer op deze site.

Terug naar boven

1956     Marinus Tilborghs (1923-1983) verkoopt Ploegstoffen op ‘t Zoldertje.


Als het dorp Bergeijk ergens mee op de kaart is gezet, is dat wel met de prachtige en kwalitatief hoogstaande gordijn- en meubelstoffen van de plaatselijke weverij de Ploeg. Maar zeker ook met de markante weverij zelf, een fabriek die in de jaren 50 van de twintigste eeuw is gebouwd naar een ontwerp van de vermaarde architect Gerrit Rietveld. Dit anno 2008 leegstaande maar nog puntgaaf fabrieksgebouw is 't Zoldertje, Bergeijk.gelegen in een park dat in 1958-1959 is ontworpen door de landschapsarchitecte Mien Ruys. Zij werd "Bielzen Mien" genoemd omdat zij in haar ontwerpen graag werkte met spoorbielzen. In Bergeijk konden ook jarenlang voor een habbekrats Ploegstoffen worden gekocht. Restantenverkoop heette dat. De kopers kwamen er van heinde en verre op af. “Bussen met volk” weten de Bergeijkenaren zich nog te herinneren. Want Ploegstoffen waren gewilde stoffen. Om bijvoorbeeld een gordijntje, een tafelkleedje of een rok te maken. Veelal stoffen met nauwelijks zichtbare weeffoutjes of kleurverschillen. De weverij besteedde deze verkoop uit. De familie Tilborghs komt hiervoor in beeld nadat in 1956 de weverij is afgebrand en toevallig ook nog het bestaande winkeltje elders in het dorp moet sluiten. De Ploeg zoekt overal in het dorp naar geschikte locaties om haar bedrijfsactiviteiten tijdelijk te kunnen huisvesten. Zo huurt het bedrijf ook de leegstaande sigarenfabriek “Tilenzo” van Hein Tilborghs. Hier wordt op de begane grond tijdelijk de stoffeerderij ondergebracht. En om het gebouw ten volle te kunnen benutten wordt Marinus Tilborghs, kastelein van het naastgelegen café (de Postduif), aangeboden om op de zolder van de sigarenfabriek de restantenverkoop onder zijn hoede te nemen. Daar heeft hij wel oren naar, want overdag heeft hij in zijn café toch nauwelijks klandizie. Marinus mag 10% van de opbrengsten in zijn zak steken. Lange tijd gaan de klanten daar dus trap-op-trap-af. Met de ingebruikname van de nieuwe fabriek komt de begane grond weer vrij en wordt de restantenverkoop beneden voortgezet. Gewoon onder de naam “t Zoldertje”, want dat is intussen een begrip geworden. Marinus beschikt echter niet over de vereiste papieren. Zo mist hij een textielbrevet. Dat wordt omzeild door een deal te sluiten met de eigenaar van de textielwinkel aan de overkant van de straat, Jef van Woerkum. Op diens papieren mag Marinus voortaan verkopen en voor wat hoort wat: Jef krijgt hiervoor 2% van de opbrengst, zodat voor Marinus nog 8% resteert. En Jef helpt Marinus voortaan bij het uitzoeken van verkoopbare stoffen. Nadat Marinus zich om gezondheidsredenen moet terugtrekken uit “zijn” winkeltje zet weverij de Ploeg kort daarna - omstreeks 1983 - een punt achter de restantenverkoop.

Foto: rechts Café de Postduif van Marinus Tilborghs.
Zie ook de foto rechtsboven in het artikel van 1913 en de foto in het artikel van 1952.
Terug naar boven


Nieuwsblad van het Noorden 3 april 1957

1957    Café “De Postduif” van Marinus Tilborghs (1923-1983) afgebrand.


In 1989 werd ter ere van het 50-jarig bestaan van de vrijwillige brandweer van Bergeijk een jubileumboekje uitgegeven, ruim voorzien van anekdotes over spectaculaire branden. Eén ervan is dat van het afbranden van café “De Postduif”, in 1957. Hierna volgt de letterlijke tekst.

De zaak van de geroosterde postduif

Een van de brandweermannen van Bergeyk, die dichtbij woonde, liet zowat dagelijks zijn neus en toebehoren even zien in het café “De Postduif”. Nu meende onze spuitgast iets eigenaardigs te ruiken, op die avond van de 2de april 1957. Maar de waardin zei schertsend, dat hij waarschijnlijk zijn eigen nek rook en na nog wat grappen en een paar pintjes ging onze vriend weer huiswaarts. Maar in die nacht bleek, dat hij een propere nek en een gouden neus bezat, want er brak inderdaad brand uit in “De Postduif”. Boosdoener was een houtkachel in de bijkeuken, die oververhit was geraakt. Mariet, de vrouw van uitbater Marinus Tilborghs ontdekte de brand zelf, toen ze in de keuken moest zijn. Rap werden de kinderen uit bed gehaald en in veiligheid gebracht. Op het nippertje! De gealarmeerde brandweer was niet op volle sterkte, want de brandmelding ging naar het meldadres en vandaar werden de brandschellen bij de manschappen thuis in werking gesteld. Maar juist die dag was er aan de bellen gewerkt en deden het er maar zeven. Zodat er in het eerst met niet te veel man en een beetje macht – de wachtmeester Meijer van de Rijkspolitie – geblust werd. Wat een der spuitgasten overigens niet verhinderde om de politieman en passant ook nog een nat pak te bezorgen. De nieuwe nevelspuit bleek overigens een goede aanschaf. Toen de brand bedwongen was en het sein “brand meester” kon worden gegeven, waren er twee leden van het corps licht gewond. De hond van de familie was helaas in de vlammen omgekomen en werd bij de nablussing gevonden. Het had overigens niet veel gescheeld of er zou voortaan over “De Geroosterde Duif” gesproken zijn.

Tot zover de tekst uit het jubileumboekje van de Bergeijkse brandweer. Marinus Tilborghs liet zijn café herbouwen zodat het weer als vanouds kon dienen als trefpunt voor Bergeijkenaren en als thuisbasis voor verenigingen. Zie ook de foto van het kaartclubje in de rubriek "Fotogalerij". Eind jaren 1980 verkochten Marinus en Mariet hun bedrijf. Het werd voortgezet onder de naam Café De Snor.

Klik op miniatuur voor grotere foto

Krantenbericht: Nieuwsblad van het Noorden en Leeuwarder Courant van 3 april café De Postduif door brand verwoestafgebrand café De Postduif1957.
Linker foto: drastisch gekortwiekte postduif; op de achtergrond rechts sigarenfabriek “Tilenzo” van Hein Tilborghs (zie 1913).
Bron: Sein: Brand Meester, Vijftig jaar Vrijwillige Brandweer Bergeyk. Door Jan van Luijk, 1989.
Terug naar boven

1957     Willemijntje Tilburgs-de Vries (1916-1996) overleeft poging tot doodslag.


Willemijntje Jijke de Vries werd op 26 februari 1916 geboren in Vlagtwedde als dochter van Willem de Vries en Willemtje Bakker. Toen zij twee jaar was overleed haar vader op 28-jarige leeftijd. Haar moeder hertrouwde in 1919 in Emmen met de veenarbeider Jan Hidding. In 1921 werd Willemijntjes halfzus Trientje geboren. Op 7 februari 1927 verhuisde het gezin van Emmen naar de Wesselstraat 106 in Den Haag. Willemijntje werkte in Den Haag als kostuumnaaister. Op 9 maart 1938 trouwde zij met de 24-jarige kleermaker Henricus Franciscus Joannes Tilburgs. Het huwelijk werd op 21 februari 1950 door de rechtbank in Den Haag ontbonden. Maar kennelijk bleef Willemijntje de naam Tilburgs-de Vries gebruiken, want in de politierapporten over het volgende voorval werd zij zo genoemd.

19 augustus 1957In 1957 was Willemijntje caféhoudster in de Frederikstraat in Den Haag. Op een zondagavond in augustus van dat jaar vertoefde een 33-jarige bankwerker geruime tijd in het café in de Frederikstraat. Willemijntje vond dat de man genoeg gedronken had en weigerde aanvankelijk hem nog in te schenken. Maar ten slotte gaf ze hem toch een borrel, waarna zij hem geen drank meer wilde geven. De man was daarvan niet gediend. Hij greep een revolver uit zijn binnenzak, drukte het wapen tegen de maag van de caféhoudster en haalde de trekker over. Maar het wapen ketste. Vervolgens richtte de man de revolver naar de grond en haalde opnieuw de trekker over, met hetzelfde resultaat. Daarna begaf de man zich naar buiten en schoot twee keer in de lucht. Wonderlijk genoeg reageerde noch de politie, noch de wacht voor de oude Frederikkazerne op de schoten.

In het café zelf werd bijna twee uur lang over het opwindende voorval gediscussieerd, voordat de politie werd gewaarschuwd. Intussen was de man afgezakt naar een ander café aan de Pieter-Bothstraat, waar de bezoekers tot hun schrik de grote revolver uit zijn binnenzak zagen steken en ijlings de politie waarschuwden. Het was toen half twaalf geworden. Op het politiebureau bleek merkwaardigerwijs dat de man niet onder invloed was. Toen de revolver werd onderzocht bleek dat in het cilindermagazijn vier patronen zaten, namelijk twee van de afgeketste en twee van de afgeschoten kogels. Daarna vond de huiszoeking plaats aan de Schelpkade. De politie trof daar behalve het groot model Smith & Wesson revolver dat de man bij zich droeg, nog drie stenguns en enkele duizenden patronen aan, verstopt achter een stuk karton boven tussendeuren.

Bronnen:
De Waarheid, 19 augustus 1957.
Nieuwsblad van het Noorden, 19 augustus 1957.
De Telegraaf, 20 augustus 1957.
Gemeente-archief Emmen.
Gemeente-archief/Gemeetepolitie Den Haag. Dossier openbaar in 2033.
Terug naar boven

1961    Frans Tilborghs (1946-1961) verongelukt.

Frans was het oudste kind van Peter Johannes Hendrikus (Harrie) Tilborghs (1912-1964) en Maria Anna Anneke Valkenaars (1915-2007).

In het blad Eyckelbergh (advertentieblad voor Bergeijk en omgeving) van 25 juni 1959 stond een artikel over een bijzondere muntvondst in Luyksgestel. Bij nader onderzoek bleek het echter om een vervalsing te gaan. Het artikel eindigt: “Nog een andere muntvondst is er te melden. Fransje Tilborghs uit de Kerkstraat, die bezig was zijn vader te helpen bij het omspitten van ‘den hof’ vond een bronzen munt, welke in 1617 geslagen bleek te zijn in Utrecht. Het is een zgn. Utrechtse duit, met aan de voorzijde het stadswapen en aan de keerzijde het opschrift Trajectum, wat vertaald Utrecht betekent. In tegenstelling met de voorgaande munt is deze duit wel degelijk echt. In verband met de belangrijkheid voor de streekgeschiedenis, mogen wij nogmaals verzoeken muntvondsten voor beschrijving te willen melden.”

Nog geen twee jaar later, op 8 maart 1961, verscheen het volgende artikel in het Parool:
Fietsende jongen overreden
Eindhoven, woensdag. — Gistermiddag is de veertienjarige F.W.C. Tilborghs, wonende in de Kerkstraat te Bergeijk op de Aalsterweg te Eindhoven met zijn fiets onder een auto geraakt. De jongen, die het oudste kind was uit een gezin waarvan de vader invalide is, moet vrijwel meteen dood zijn geweest. Tot voort kort had de jongen altijd van de bus gebruik gemaakt om van huis naar de tweede technische school aan de Pierslaan te komen, maar om financiële redenen ging hij de laatste tijd met de fiets.

Terug naar boven

1974     Bertha Tilburgs (1878-1975): oudste breister van de Kempen.


"Ga maar kijken. Overal kun je breiwerk van mij vinden. De mat waarmee ik nu bezig ben, heb ik beloofd aan de meisjes die mij een fruitmand hebben gebracht”. Zo begint in mei 1974 een krantenartikel onder de kop: Oudste breister Kempen. We lezen verder: Mevrouw Bertha Sengers – Tilburgs in Bergeyk wordt de laatste van deze maand 96 jaar. Ze woont alleen op Burgemeester Magneestraat 5, naast een van haar dochters, in een huis waaraan in twintig jaar niets is veranderd. Ze brengt er haar dagen door met het voor het raam zitten en uit te kijken over de drukke straat Bertha Tilburgsmet het winkelend publiek. Ze heeft haar rozenkrans in de hand, meer uit gewoonte, zoals ze zelf zegt, dan om te bidden. Het grootste deel van de dag breit ze echter, grote lappen wol, zo lang als de tafel breed is en een dikke grote breinaald barstensvol kleurige steken. Ze zijn voor vrienden en kennissen. Matten moeten het worden, vervolledigd met de voering, die twee van haar dochters tegen de lappen zetten. En ze worden gebruikt, dat ook. Want de familie weet, dat er geen matje zo sterk kan zijn als de matjes die opoe breit. Er staat een mandje met wol onder haar stoel en ze hecht nieuwe draden aan, zoals dat iemand doet voor wie het allemaal een gewoonte is. ,,Ik denk dat ik best de oudste breister van de Kempen ben” zegt ze. Intussen verwijt ze de fotograaf, die vraagt even te kijken, dat hij haar niet moet commanderen. Dat laat ze zich overigens door niemand doen, ook niet door de naast haar wonende dochter, voor wie steeds de eerste zorgen zijn, evenmin als door de dokter, die haar alleen maar vriendelijk lachend mag benaderen, of hij krijgt het te horen. Vroeger heeft ze andere zaken gebreid, wollen omslagdoeken en kleren voor de kinderen, tafels vol voor Sinterklaas. Voor ze zeventig jaar geleden met slager Sengers trouwde (hij is voor dertien jaar gestorven) woonde ze thuis in het café. ,,We hadden altijd volk. Wie bij dokter of zo moest wachten kwam bij ons een kapper bier drinken”. Ze deed te voet boodschappen voor de slagerij. ,,Ik heb maar een keer geprobeerd om te fietsen, en kwam toen in de heg terecht. Ik had wel snoepjes bij me en ik heb daar heel wat klanten mee gewonnen”. Er komt altijd wel iemand binnenlopen bij Bertha Sengers. Ze vinden nu dat ze er goed uitziet na een val van veertien dagen geleden en zelf zegt ze: ,, Ik eet altijd. Dan zal ik er zeker niet goed uitzien”. Ze bemoeit zich niet met de kinderen (vier meisjes, twee jongens), de kleinkinderen (36) en de achterkleinkinderen (48) zorgvuldig met een potlood op een kladpapiertje bijeen geteld. Ze laat hen in hun wezen. Ze danst sinds haar zeventiende jaar en doet het nog als ze in de gelegenheid is. ,,Onze trouwdag hebben we iedere vijf jaar flink gevierd”. Haar negentigste verjaardag heeft ze in zaal Tilburghs gevierd. In de daarop volgende jaren loopt het er steeds vol. Het eigen nageslacht en de neven en nichten, die er komen. Het is dan nog te overzien zo lang er niet al te veel zo maar vrienden en kennissen op de verjaardag komen feliciteren, maar honderd man is gewoon. Het is nog niet zo lang geleden, dat Bertha Sengers nog rikte bij het leven, dat de schortzakken versleten waren van de centen, want speelschulden moesten tot op het halfje worden betaald. Nu gaat zij alleen nog maar kienen, iedere donderdag met de bejaarden.
Terug naar boven

1983     Mario Tilborghs (1960) succesvol op Vaticaans Songfestival.

Mario Tilborghs bij pausMario Tilborghs werd in 1960 in Asten geboren als dochter van Frans Tilborghs en Ria Lijten.

In november 1983 was zij één van de vijfenveertig deelnemers aan een internationaal festival voor gospelmuziek in Vaticaanstad. Met haar liedje "He did it for you" behoorde zij tot de twaalf beste deelnemers. De winnende liedjes werden op een elpee gezet en de vertolkers werden ontvangen door paus Johannes Paulus II.

Na dit succes werd Mario uitgenodigd om deel te nemen aan het International Festival of Maltees Song op Malta. Ook daar was haar optreden een doorslaand succes. Zij kreeg een staande ovatie van de zaal, toen zij eveneens “live” het romantische lied “Ode To Love” op radio en tv ten gehore bracht.

Lees het artikel waarin uitgebreider aandacht wordt besteed aan de successen van Mario Tilborghs.

Terug naar boven

Recente aanpassingen

26 juli 20231830Cornelis Tilburgs (1805-1879) beboet voor toebrengen lichamelijk letsel.
7 juni 20221879Cornelis Tilburgs (1805-1879) verdronken.